Paul Verheijen

MARTELAREN

Naam - Lijsten - Legendes

Naam

Een martelaar, martelaarster of martelares in het christendom is iemand die bereid is voor Christus of voor een uit het geloof ontstane gewetensbeslissing geweld te ondergaan en zich hiervoor desnoods te laten doden.
Het woord martelaar is afgeleid van het Griekse martus dat 'getuige' betekent.
Oorspronkelijk sloeg de term dus op iemand die getuigde van geloof en dat met zijn leven moest bekopen.
Later is men de pijnigingen die deze getuigen moesten ondergaan martelingen gaan noemen.
In het Tweede Testament wordt de term niet als zodanig gebruikt, hoewel wel melding wordt gemaakt van executies vanwege het geloof bij Stefanus en de apostel Jakobus.

In sommige gevallen worden martelaren als een grote groep vereerd die dan meestal wordt genoemd naar de leider van de groep of een plaatsnaam, zoals veertig soldaten van een Romeins legioen uit Sebaste die vooral op Oosterse ikonen (zie afbeelding) vereerd worden op 9 maart (op 10 maart in het Westen, maar in 1969 geschrapt van de heiligencanon).
Volgens van elkaar verschillende legendes werden in het begin van de vierde eeuw deze bekeerde militairen in de winterkou naakt op het ijs geworpen, dan wel in het ijskoude water van een vijver gedreven, maar een hemels licht deed het ijs smelten, waarna ze werden onthoofd, dan wel werden de verstarde lichamen verbrand en hun as in de rivier gegooid.
Die as kwam op één plaats tesamen en werd door christenen weggenomen en eervol weggelegd.
Zelfs de namen van alle veertig soldaten zijn bekend.
Andere voorbeelden van zo'n grote groep martelaren zijn het Thebaanse legioen en de martelaren van Ararat.

Vanaf de grote missieactiviteiten van de kerk in de 19de en 20ste eeuw werden er weer martelaren gecanoniseerd, missionarissen die hun activiteiten met de dood moesten verkopen.
Afbeelding: Ivoren ikoon uit atelier Constantinopel, 10e eeuw, Berlijn - Staatliche Museen

Lijsten

In de katholieke kerk behoren de martelaren tot de grote groep heiligen.
Het Deposito Martyrum is de oudste overgeleverde lijst van martelaren tot aan het jaar 336 met alleen karige vermeldingen van de dag van de maand, de naam van de martelaar en de plaats van zijn graf.
Latere lijsten zijn veel uitgebreider en bevatten (groepen van) martelaren door alle eeuwen heen.
Ook in de recente geschiedenis worden nog vele christelijke martelaren vermeld.
Te denken valt aan de slachtoffers in het communistische China, Rusland en Noord-Korea waar christenen werden vervolgd vanwege hun geloof en dat met hun leven hebben moeten bekopen.
In de christelijke iconografie beeldt men een martelaar vrijwel altijd uit met de martelaarspalmtak en/of het martelwerktuig.

Legendes

In de kerkgeschiedenis zijn er verscheidene bekende martelaren geweest.
De al dan niet legendarische verslagen van hun dood zijn verzameld in zogenoemde martelaarsboeken.
Bekend zijn de vroege christelijke martelaren, die in de eerste drie eeuwen van vervolging voor de leeuwen werden geworpen of gekruisigd.
Kritische historici wijzen er op dat de vroegchristelijke geschiedenis bijna geheel verteld is op basis van christelijke bronnen.
Het fenomeen van de martelingen wordt niet per se betwist, maar was volgens hen een marginaal verschijnsel.
Ook was het de Romeinse overheid vrijwel nooit te doen om het uitroeien van het christendom, maar veeleer om het handhaven van de orde, waartegen in hun ogen fundamentalistische christenen rebelleerden.
De ideologie van het oude Rome zou veeleer religieus tolerant en polytheïsch geweest zijn.

In de martelarenlegenden komt een groot aantal topoi voor, vaststaande elementen in een roman-achtig genre:
  • Bijna eindeloze, felle discussies van de martelaren met hun tegenstanders
  • Uitbarstingen van woede van de rechter
  • Pijnigingen
  • Wonderen door de martelaar
  • Bekering van gevangenbewaarders en beulen
  • Hemelse verschijningen van Jezus en heiligen aan de martelaren in de kerker
  • Na de dood bescherming van de lijken door een wild dier of vogel(s)
De vele extreme martelingen, die elkaar soms op onmogelijke manier opvolgen en de martelaren niet deren, verwijzen naar de christelijke idee over de uiteindelij-ke onvernietigbaarheid van het leven.