Paul Verheijen

NICOLAS POUSSIN

Bijbelse jaargetijden

Nicolas Poussin is 66 jaar wanneer de hertog van Richelieu, een neef van de kardinaal, hem de opdracht geeft De Vier Jaargetijden te schilderen.
Wie besloten heeft de seizoenen te koppelen aan bijbelse thema's weten we niet.

LENTE

Toen zag de vrouw dat het goed eten was van die boom
en dat hij een lust was voor het oog
en hoe aantrekkelijk het was er inzicht door te krijgen.

(Genesis 3,6a)

Nadat de sluwe slang Eva erop heeft gewezen dat zij door te eten van de vruchten van de verboden boom midden in de tuin, wijst Eva Adam op de pracht van de vruchten (appels?) in de boom.
Even later zal zij een vrucht plukken en ervan eten.
Het gevolg is bekend.
Poussin beeldt God af die, op zijn buik liggend op een wolk, de zondeval gadeslaat en hierna zijn sanctie zal gaan uitvoeren.
Is het Poussin of zijn opdrachtgever te doen om deze zondeval, of is het dragen van (lente)vruchten van de boom hier de kern?

ZOMER

Ruth wierp zich diep gebogen ter aarde en zei:
'Waaraan heb ik het verdiend dat u zo goed voor mij bent?
Ik ben toch maar een vreemdeling'.

(Ruth 2,10)

Nadat Ruth op de akker van Boaz aren is gaan lezen achter de maaiers, drukt Boaz haar op het hart niet op een andere akker te gaan lezen, maar op zijn akker te blijven, waar de maaiers haar ongemoeid zullen laten en zij voldoende te drinken heeft.
Poussin beeldt het moment uit dat Ruth daarvoor haar dankbaarheid betuigt, hoewel de buiging minder diep is dan het verhaal suggereert.
In de setting van de oogst, valt het detail van de doedelzakspeler rechts in het oog.
Een aardige toevoeging van Poussin aan het verhaal, of bedoeld als symboliek?
Gewoonlijk is de doedelzak het toonbeeld van onmatigheid, dus vraatzucht, vanwege de dikke buik van het instrument en staat het in het algemeen voor lichtzinnigheid en oppervlakkigheid.
Dit valt moeilijk te rijmen met de novelle van Ruth.

HERFST

Zij drongen door in het dal Eskol
en sneden daar een wijnrank af met een druiventros
die zij met twee man aan een stok moesten dragen.

(Numeri 13,23a)

Mozes stuurt 12 mannen, van elke stam één, het land Kanaän in om het te verkennen teneinde het te veroveren.
Wanneer deze verspieders in het dal Eskol komen, vinden zij een enorme druiventros.
Je kunt stellen dat dit in de lijn der verwachting is: Eskol is Hebreeuws voor 'druif'.
Is het toeval dat de fruitboom achter de twee mannen, die deze tros dragen, herinnert aan de boom in het paradijs?
Ook hier een plukkende vrouw.

WINTER

Het water nam toe en kwam hoog boven de aarde te staan
en de ark dreef op het water.

(Genesis 7,18)

Onder een fletse zon plaatst Poussin de ark van Noach in de verte.
Zonder achte te slaan op het leed en de doodskreten vaart de ark uit beeld, zodat alle aandacht uitgaat naar de verdoemden.
Poussin heeft daarvoor weinig figuren nodig.
De aarde lijkt al bijna geheel door mens en dier verlaten te zijn.
Boven de ark licht een bliksemschicht op als schrikbarende stem van een vertoornde God.
Aan de rechterzijde zien we een klein familiedrama, geschilderd met zachte tinten, waardoor dit drama extra navrant wordt.
Vader, moeder en kind zullen de zondvloed immers niet overleven.
Is dit een stille verwijzing naar de Heilige Familie en de Vlucht naar Egypte?
In het water probeert een man zich nog in de roeiboot op te hijsen.
In het midden van de compositie staat een man achterin een roeiboot die op het punt staat om te slaan in het water na van een waterval te zijn gedoken.
Hij heft wanhopig de armen naar de hemel, een houding die kan duiden op angst, verdriet, verwarring of onbegrip over deze vernietigende ramp.
Legt de slang die aan de linkerzijde op de rots kronkelt, een link met die andere zondeval?
Duidt het op het leven of juist de dood?
De slang kan als symbool van de hartstochten der natuur zowel verwijzen naar de fatale afloop van de zonde, als naar het tijdloze principe van de vruchtbaarheid.
Op de voorgrond houdt iemand zich drijvend met een plank en klampt een man op een ezel zich vast aan de oren van het dier.

Nicolas Poussin (1594-1665)
De Vier Jaargetijden (1660-64)
Vier werken olieverf op doek, 118 x 160 cm elk
Parijs - Louvre