Paul Verheijen

THERESIA VAN AVILA

Hemelse liefde volgens Bernini

Theresia's
Van Avila
Visioenen
Geschriften
Haar extase in een kerkje
Toeschouwers
Model

Theresia's

Er zijn een stuk of twintig heiligen en zaligen met de naam Theresia.
Op deze pagina gaat het over Theresia van Avila.
Uit de recente geschiedenis zijn ook andere (on)omstreden nonnen met de naam Theresia min of meer bekend:
  • Theresia van Lisieux (1873-1897)
  • Theresia Benedicta van het Kruis (1891-1942), Edith Stein, karmelietes, omgekomen in Auschwitz (feestdag 9 augustus).
  • Theresia Neumann (1898-1962), Resi von Konnersreuth, derde orde franciscanes, kreeg jaarlijks op Goede Vrijdag de stigmata die ze mogelijk zelf met een mes aanbracht (zaligverklaring met feestdag op 18 september sinds 2005 in behandeling).
  • Theresia van Calcutta (1910-1997), Agnes Gonxha Bojaxhiu, zuster van de orde van O.L.V. van Loreto en stichteres van de Missionarissen van Naastenliefde, bekend als Moeder Teresa (feestdag 5 september).

Van Avila

Teresa de Cepeda y Ahumada werd in 1515 geboren in Avila. Als kind was ze gefascineerd door de hagiografiën van martelaren en vatte ze zelfs het plan op met haar broertje Rodriguez naar Afrika te reizen om zich daar door de Moren voor hun geloof te laten doden. Dit kinderlijke plan werd nooit uitgevoerd. Toen ze op 12-jarige leeftijd haar moeder verloor, kwam Theresia onder invloed van een nicht die haar wereldse literatuur liet lezen, waardoor Theresia geen zin meer had in gebed en godvruchtige werken. Dat merkte haar vader ook en die plaatste haar op een door nonnen bestierde kostschool. Groot geworden trad ze zelf ook in als karmelietes in het klooster in Avila.

Theresia kan beschouwd worden als een voorbeeld van anorexia religiosa. Er was verzet tegen haar levensmotto o morte o padeser, of sterven of lijden, en haar voortdurend vrijwillig op zich genomen lijden en offeren. Op de tafel in de refter waar zij gewoonlijk zat bewaarde zij de schedel van haar nicht Maria de Ocampo. Die schedel confronteerde haar dagelijks met de Vanitas van het leven en haar eigen dood.

Tot haar dood zette zij zich in voor de door haar begonnen vernieuwing van de orde der ongeschoeide karmelieten en karmelietessen. Ze reisde het land door, stichtte zo'n dertig kloosters, door velen geholpen, bijvoorbeeld door de andere grote Spaanse hervormer en mysticus Johannes van het Kruis.
In 1582 stierf ze in Alba de Tormes een rustige en vreugdevolle dood, want ik sterf, omdat ik niet sterf. Het was een bijzondere nacht, namelijk die welke overging van 4 naar 15 oktober, vanwege de Gregoriaanse kalenderhervorming.
15 oktober werd bijgevolg haar feestdag op de heiligenkalender.

Visioenen

Behalve kloosterhervormster was Theresia ook mystica. Rond haar vijfenveertigste levensjaar raakte zij gedeeltelijk verlamd na een zware ziekte en kon ze moeilijk lopen. Ze kreeg een zeer bijzonder visioen. Een engel die zich aan haar linkerzijde bevindt, drijft een vlammende pijl in haar hart en liet haar daarna achter, geheel en al omarmd door de goddelijke liefde. Dit wordt transverberatio, doorboring, genoemd, een voorrecht voorbehouden aan weinig mystici. Volgens Theresia's eigen getuigenis ervaart haar ziel daardoor de grootst mogelijke liefde tot God. Later wordt bij autopsie van haar dode lichaam in het hart een zeer groot litteken aangetroffen. Niet verwonderlijk dat men haar aanroept bij hartkwalen.
Verder verhalen levensbeschrijvingen over veel levitaties, omhoogzwevingen van haar.
De doorboring van het hart van Theresia kent een aparte liturgische feestdag op 26 augustus.

In een visioen dat Theresa had op het feest van Maria Tenhemelopneming gaf Maria haar het halssnoer van de karmelietessen als teken van hemelse gunst. Tegelijkertijd gaf Jozef haar de witte mantel als teken van de zuivering van haar zonden. Theresia bevorderde de verering van Jozef die zij liefkozend haar vader en weldoener noemde.

De relieken van Theresia worden bewaard in het karmelietessenklooster in Alma de Tormes en zijn het centrum van een van de drukst bezochte pelgrimsoorden van Spanje. Een bijzonder relikwie is haar doorboorde hart. Het stoffelijk overschot bleef lang ongeschonden bewaard. Onmiddellijk na haar dood werd Theresia als heilige vereerd. Toen ze in 1622 daadwerkelijk heilig werd verklaard, kreeg ze de titel Mater Spiritualium, moeder van hen die een spiritueel leven leiden. Ze groeide uit tot Theresia de Grote, werd een wijdvereerde heilige en in 1970 de eerste vrouwelijke kerkleraar.

Geschriften

De geschriften van Theresia worden gerekend tot de klassieke Spaanse literatuur.
  • Het boek van mijn leven (Libro de la vida ±1565)
    Haar autobiografische en spirituele levensverhaal, opgeschreven in opdracht van haar biechtvaders, waarin zij haar innerlijke weg en mystieke ervaringen beschrijft.
  • De weg van volmaaktheid (Camino de perfección, 1566)
    Een gids met vermaningen, raadgevingen en instructies over het gebed en de innerlijke houding voor haar medezusters.
  • De innerlijke burcht (El castillo interior of Las moradas, 1577)
    Haar spirituele meesterwerk waarin zij de ziel voorstelt als een diamanten kasteel met zeven woningen (of kamers), en de opeenvolgende stadia van het gebed en de mystieke vereniging met God beschrijft.
  • Kloosterstichtingen (Libro de las fundaciones)
    Een verslag van de oprichting van de hervormde karmelietessenkloosters door heel Spanje.
  • Gewetensbrieven en Correspondentie (Cartas)
    Persoonlijke brieven aan haar biechtvaders, familieleden en zusters die een unieke inkijk geven in haar dagelijks leven en geestelijke leiding.
  • Gedichten en Gebeden
    Korte spirituele poëzie en spreuken, waaronder 'Laat niets u verontrusten' (Nada te turbe).
  • Kleinere losse geschriften
    Diverse raadgevingen, notities en antwoorden op uitdagingen van de inquisitie of theologen uit haar tijd.
Haar extase van het doorboorde hart beschreef ze in Libro de la vida:
Ik zag in zijn handen een brede, gouden lans met aan het uiteinde een weinig vuur, meen ik.
Hij scheen ze mij een paar maal doorheen het hart tot in de ingewanden te stoten.
Bij het terugtrekken ervan was het net of deze mee werden uitgerukt, terwijl ik zelf, vervuld van vurige liefde tot God, achterbleef.
De hevige pijn die ik daarbij voelde, deed me zachtjes kreunen (...)
Toch was die onuitsprekelijke pijn buitengewoon zoet.
Het is dan ook onmogelijk naar het einde ervan te verlangen.
De ziel kan met niets minder tevreden zijn dan met God zelf.
Dit is geen lichamelijke, maar een geestelijke pijn, al heeft ook het lichaam er enigszins en zelfs opmerkelijk deel aan.
Hier heeft een zoet verkeer plaats tussen de ziel en God.
Ik smeek Hem het te laten smaken aan ieder, die me van leugen verdenkt.
Ten onrechte wordt deze doorboring van haar hart ook aangezien voor een van de stigmata van Christus.

Haar extase in een kerkje

Toen Gregorius XV in 1622 drie grote stichters van kloosterordes en boegbeelden van de contrareformatie heilig verklaarde - naast Theresia ook Ignatius van Loyola en Philippus Neri - veroorzaakte dat een golf van voorstellingen van hun levens en wonderwerken.
Gian Lorenzo Bernini kreeg de opdracht de extase van Theresia te beeldhouwen. Een veel geciteerde uitspraak over dit werk komt van de Franse schrijver Charles de Brosses (1709-1777):
Als dit de hemelse liefde moet voorstellen, dan is die mij niet onbekend.
Het is duidelijk dat de door Gian Lorenzo Bernini uitgebeelde hemelse extase van Theresia voornamelijke aardse associaties oproept.
Het werk bevindt zich in de Cornaro-kapel van de (voor Romeinse begrippen) kleine kerk Santa Maria della Vittoria. Ooit gingen er stemmen op de beeldengroep uit de kerk te verwijderen, te verkopen of desnoods te vernietigen.

De mystieke ontmoeting is een dankbaar onderwerp in de tijd van de contrareformatie. Bernini voegde twee scènes uit de levensbeschrijving van Theresia samen: de transverberatie en een levitatie.
Theresia ligt op haar rug die ze gekromd heeft. Haar mond is in extase geopend en boven haar staat een engel met een pijl van vuur. De wervelende plooien en het ontbreken van een sokkel geven de indruk dat Theresia de aarde ontstijgt. Het marmer lijkt te veranderen in een wolk waarop Theresia zweeft en de toeschouwer dus getuige is van een levitatie. Haar houding en gezichtsuitdrukking geven totale overgave aan. Het zuivere realisme, in anatomie en stofuitdrukking, van het glad gepolijste beeld verhoogt de tastbaarheid van het mystieke moment.

Het beeld wordt omlijst door de architectuur eromheen, die contrasteert met het witte marmer van het beeld. Van bovenaf wordt het door een venster belicht: het licht 'stroomt' langs goudkleurige buizen achter het beeld, wat nog meer nadruk geeft aan de goddelijkheid van de gebeurtenis. Boven de nis wordt de beeldengroep omgeven door een beschilderd tongewelf met opnieuw het goddelijk licht, komend vanuit een oneindige ruimte, omgeven door engelen.
Het ontspannen en omhoogkijkende gezicht van Theresia laat zien hoe het mogelijk is om pijn te overstijgen door contact met God.

Vergelijk in dit verband bijvoorbeeld acht gezichten in beelden van Bernini:

Toeschouwers

Bernini werkte ook voor het theater. Ook dat is bij deze beeldengroep te zien. In twee loges ter linker en ter rechterzijde in de kapel zitten acht toeschouwers. Het zijn kardinaal Federico Cornaro en familieleden. Zij hebben de inrichting van de kapel gefinancierd. Als dank mogen zij nu dit hemels orgasme aanschouwen tot in de eeuwen der eeuwen.
Maar kijk eens goed: wie kijkt er nu feitelijk?

Model

Model van terracotta, 47 cm hoog
Sint Petersburg - Hermitage
Het model dat Bernini voor dit beeldhouwwerk gebruikte is - zij het niet ongeschonden - bewaard gebleven. Er zijn kleine afwijkingen ten opzichte van het uiteindelijke werk, bijvoorbeeld de stand van het hoofd van Theresia en mogelijk ook van de engel, maar dat is verloren gegaan.
De kwaliteit van het modellino toont dat dit wel het werk - het presentatiemodel? - van de meester zelf moet zijn geweest en niet van een assistent of kopiïst.
Gian Lorenzo Bernini (1598-1680)
Estasi di Santa Teresa (1645-1652)
Marmergroep
Rome - Santa Maria della Vittoria
2016 Paul Verheijen / Nijmegen