Paul Verheijen

DIRK BOUTS & HUGO VAN DER GOES

Hippolytus triptiek


Hagiografische knoop

Op de heiligencanon staan zeven mannen aangeduid met de naam Hippolytus (letterlijk 'paardenbevrijder'):
  • 1 - Hippolytus van Afrika (3 februari)
    Behorend bij een groep martelaren die ooit (onbekend wanneer) in Noord-Afrika stierven.
  • 2 - Hippolytus van Antiochië (30 januari)
    Wordt als martelaar met onbekend sterfjaar vereerd alleen in Antiochië (Syrië).
  • 3 - Hippolytus van Rome (9 november en 2 december)
    Stierf als martelaar samen met Adrias, Aurelia, Eusebius, Marcellus, Maria Martana/van Rome (1), Maximus, Neon en Paulina tussen 254 en 259.
  • 4 - Hippolytus van Rome (1) (13 augustus)
    Bekend als de 'heilige tegenpaus' was bisschop van Rome en stierf rond 235.
  • 5 - Hippolytus van Rome (2) (13 augustus)
    Soldaat die stierf rond 256.
  • 6 - Hippolytus van Porto (22 augustus)
    Stierf rond 236 en was bisschop van Porto of van de haven (porta) Ostia bij Rome.
  • 7 - Hippolytus Galantini (20 maart)
    Leefde van 1565 tot 1619 en stichtte de congregatie van doctrinairen die zich over heel Italië verspreidde en werd in 1815 zaligverklaard.
De heiligen 3 t/m 6 leiden bijna vanzelfsprekend tot veel verwarring, met als gevolg dat ze moeilijk uit elkaar te houden zijn. Ze stierven ongeveer in dezelfde tijd, drie ervan worden aangeduid met 'van Rome' en twee worden op 13 augustus gevierd. Het gaat hier hoogstwaarschijnlijk slechts om één Hippolytus. Je kunt dit een schoolvoorbeeld noemen van een hagiografische knoop als gevolg van de verchristelijking van een klassieke mythe.

De Griekse Hippolytus was de zoon van Theseus en Antiopè. Hij beantwoordde de liefde van diens tweede vrouw, Phaidra, niet. Theseus vroeg daarom de zeegod Poseidon om Hippolytus te straffen. Toen Hippolytus op de vlucht sloeg en in zijn tweespan over het strand bij Ostia reed, liet Poseidon een monster uit zee oprijzen, waardoor de paarden op hol sloegen en de onschuldige en ongelukkige Hippolytus doodden.

Legenda Aurea

Jacobus de Voragine schrijft alleen over Hippolytus (5), de soldaat-bewaker van Laurentius in de Legenda Aurea. Na zijn hagiografie over Laurentius wijdt hij onmiddellijk daarna een apart hoofdstuk aan Hippolytus. Daarin wordt verteld dat Hippolytus naar huis terugkeerde nadat hij Laurentius had begraven, maar door soldaten voor keizer Decius werd gesleept die hem ontkleedde en met stenen op zijn mond liet slaan. Hij moest een heidens offer brengen. Zo niet dan zou hij hetzelfde lot ondergaan als Laurentius.
Hierna schrijft De Voragine:
Maar Hippolytus zei: 'Moge ik het evenbeeld worden van de heilige Laurentius, wiens naam u met uw verdorven mond hebt durven uitspreken!' Daarop liet Decius hem met knuppels en ijzeren kammen bewerken. Maar hij bleef met luide stem belijden dat hij christen was. En omdat hij met deze martelingen de spot dreef, liet Decius hem zijn soldatenkleren van vroeger aandoen en spoorde hem aan de vriendschap en krijgsdienst van vroeger voort te zetten. Maar toen Hippolytus zei dat hij onder Christus diende, werd Decius razend en leverde hem over aan de prefect Valerianus, die heel zijn vermogen in beslag diende te nemen en hem met wrede martelingen ter dood moest brengen. Nadat men ook nog ontdekt had dat zijn dienstpersoneel uit christenen bestond, werden zij allen aan Valerianus voorgeleid. Men wilde hen dwingen te offeren, maar Concordia, de voedster van Hippolytus, antwoordde uit naam van allen: 'Wij willen liever eerbaar sterven met onze heer dan eerloos blijven leven.' Valerianus antwoordde: 'Slaven kan men alleen met folteringen op het rechte pad brengen', en hij gaf, in aanwezigheid en tot vreugde van Hippolytus, bevel haar zolang met loodzwepen te geselen tot zij de geest gaf. Hippolytus zei: 'Ik breng U dank, Heer, dat U mijn voedster als eerste hebt laten gaan en haar hebt laten verschijnen voor de ogen van uw heiligen.' Vervolgens liet Valerianus Hippolytus met zijn dienstpersoneel buiten de Tiburtijnse poort brengen. Hippolytus sprak hun allen moed in: 'Broeders, wees niet bang: jullie en ik hebben één Heer.' Toen gaf Valerianus bevel allen voor de ogen van Hippolytus het hoofd af te hakken. Maar Hippolytus liet hij met zijn voeten vastbinden aan de halzen van wilde paarden en hem zo lang door distels en doornen sleuren tot hij zijn laatste adem uitblies. Dit gebeurde omstreeks het jaar des Heren 256.
(Legenda Aurea 114,14-30)

Vierendelen

Op het hier afgebeelde drieluik gaat het ook alleen over de soldaat Hippolytus. Tot in de negentiende eeuw geloofde men dat Hans Memling de schepper ervan was. Pas laat in de negentiende eeuw werd geopperd dat daarin de hand van Dirk Bouts te ontwaren viel. De Hippolytustriptiek is een van de werken die hij bij zijn dood onvoltooid achterliet. Sinds 1902 worden de zijluiken aan Hugo van der Goes toegeschreven. De voltooiing van de landschappen en de overige figuren zijn het werk van een derde, onbekende Vlaamse meester.
Bouts beeldt op het middenpaneel de vierendeling van Hippolytus uit. Vierendelen lijkt een onschuldig werkwoord voor een akelige martelstraf. Sommige zaken stelt men zich beter niet visueel voor omdat ze zo gruwelijk zijn. Het tafereel van Bouts is al even verbloemend als het werkwoord. Op geen enkel moment is men zich er als kijker echt van bewust welke barbaarsheid zich op het punt staat te voltrekken. Elk personage kijkt zo'n beetje toe en als er al sprake is van emotie bij één van de figuurtjes, dan is die volkomen verinnerlijkt. Stoïsche onaangedaanheid is een kenmerk van Bouts' stijl. Hij was beslist niet de enige. Iemand als Van der Goes had de scène beslist anders vormgegeven, met meer pathos.

Het vredige landschap dat over de volledige lengte van het drieluik doorloopt, contrasteert sterk met het leed van de martelaar. We zien Bouts' geperfectioneerde landschapskunst en vergeten het bloed dat gestort zal worden. Eenzame bomen aan de einder roepen de specifieke lichtwerking van een bepaald tijdstip op.

Als in een laatgotisch stripverhaal met horrorelementen vallen verschillende plotlijnen op. Op het rechterluik meent men keizer Decius en zijn gevolg te herkennen, maar wat de knielende man precies verbeeldt, is raadselachtig. Op het linkerluik aan de voet van de heuvel zitten de geknielde opdrachtgevers Hippolyte de Berthoz en zijn vrouw Elisabeth. De Berthoz was verbonden met het Bourgondisch hof en bestelde ergens na 1470 dit drieluik.

Opmerkelijk is de compositie die in een cirkel rond de heilige geconstrueerd werd. Het miserabele middelpunt wordt gevormd door Hippolytus die gedecideerd naar de hemel smacht. Langs de heilige werd met behulp van een passer een cirkel getrokken waarlangs vier paarden geschilderd werden: een soort Vlaamse Vitruviaanse figuur. De klederdracht met felle kleuren van verschillende omstanders bepaalt de ruimte. Bouts ging in dit werk zeer ambitieus te werk en overschatte zijn eigen mogelijkheden. Technisch gezien vind ik het mislukt. Het lijkt alsof Hippolytus ongelukkig voor een steile wand hangt. De paarden overstijgen nauwelijks de grootte van een pony en de ruiter linksachter heeft de afmetingen van een dwerg.

Gesloten triptiek

Op de achterzijde en in gesloten toestand zijn in grisaille geschilderd te zien van links naar rechts: De relatie van de twee aan de buitenzijde afgebeelde heiligen met de stichters (of andere verwijzingen) is mij niet bekend.
Dirk (Dieric of Theodorik) Bouts (±1410-1475) & Hugo van der Goes (±1440–1482/83)
Hippolytus triptiek (1470-79)
Olieverf op panelen, 92 x 89 cm (middenpaneel) en 91 x 40 cm (zijpanelen)
Brugge - Sint Salvatorkerk
2016 Paul Verheijen / Nijmegen