Paul Verheijen

GENOVESINO

Johannes Damascenus

Byzantijnse beeldenstrijd (726-787)

Johannes Damascenus, 'van Damascus', was de zoon van Sagur ibn Mansur, een Arabisch-christelijke minister van financiën aan het hof van de kalief van Damascus.
In deze stad werd Johannes rond 650 geboren en werkte hij lange tijd op het bureau van zijn vader.
Circa 700 is hij, wellicht vanwege een vijandige houding van de kalief ten opzichte van christenen, naar Mar Saba bij Jeruzalem getrokken.
De patriarch van die stad wijdde hem tot priester en bediende zich van de steun van deze geleerde man, die belangrijke theologische en ascetische werken publiceerde en daarnaast poëzie en hagiografische werken schreef, bijvoorbeeld over Barlaam en Josafat.

In de 8e eeuw speelt zich in het Byzantijnse Rijk een jarenlange bloedige beeldenstrijd af. Iconodoulen, voorstanders van beeldenverering, kregen het aan de stok met iconoclasten, beeldenvernietigers of beeldenstormers. Leo III (keizer van Byzantium van ±675-741) beval vanaf 726 de vernietiging van alle heiligenbeelden en de marteling van allen die zich daartegen durfden te verzetten.
Bij de bestrijding van de de iconoclasten werd met gevaar voor eigen leven de hulp ingeroepen van Damascenus. Hij fundeerde de afbeeldbaarheid van Jezus en zijn daden op de menswording: als het Woord werkelijk vlees is geworden, in mensengestalte verschenen, is het dus ook afbeeldbaar en is dit beeld heilig. Beeldenstormers ontkennen volgens hem dus de incarnatie.
In 787 riep Irene (keizerin van Byzantium van 752-803) het Tweede Concilie van Nicea bijeen een einde maakte aan de strijd. De eerste richting uiteindelijk de overwinning, zij het gedeeltelijk. Er werden geen driedimensionale afbeeldingen toegestaan (beeldhouwwerken), slechts tweedimensionale. En zo werden iconen hét kenmerk van de Oosterse kerken.

Van Johannes' leven is verder weinig bekend. Hij moet stokoud geworden zijn, meer dan 100 jaar oud stierf hij rond 750.

Afgehakte rechterhand

Een brief waarin Johannes het vereren van beelden verdedigd had, kwam in handen van de 'beeldenstormende' keizer Leo III, die onmiddellijk de kalief van Damascus waarschuwde voor deze landverrader.
De keizer dikte die waarschuwing aan door te beweren dat Johannes een plan zou smeden om Damascus terug te veroveren op de moslims.
De kalief liet daarop Johannes de straf voor verraders ondergaan: het afhakken van de rechterhand.
Vernederd en bevend van pijn keerde Johannes naar huis terug en tegen de avond - in de hoop dat de woede van de kalief bedaard zou zijn - stuurde hij een bode naar de kalief om zijn hand terug te vragen.
De bode krijgt de hand inderdaad mee waarop Johannes zich opsloot.
Hij wierp zich neer voor een icoon van Maria, hield de afgehouwen hand op zijn plaats en smeekte Maria zijn rechterhand te genezen zodat hij mooie hymnen voor haar zou kunnen gaan schrijven.
Hierna viel hij in slaap, tot een een welluidende stem sprak:
'Zie Johannes, zie, uw hand is genezen. Houd niet op, haar, zoals ge beloofd hebt, te gebruiken, als de stift van een snelle schrijver!'
Verwonderd sloeg Johannes zijn ogen op en zag dat zijn hand volkomen genezen was, alleen een litteken aan zijn pols bewees dat het geen droom was geweest.
Johannes schreef vervolgens hymne na hymne met nieuwe ritmes en melodieën.
Toen de kalief dit alles vernam, bood hij Johannes zijn verontschuldigingen aan.
Uit dankbaarheid liet hij op de icoon een zilveren hand aanbrengen.
De kalief wilde Johannes terug in zijn paleis, maar Johannes verhuisde naar het buurland Palestina om daar als monnik in te treden in een laura, ‘kring’ van een monnikengemeenschap, die vlak bij Jeruzalem zo’n honderdvijftig jaar eerder door de woestijnvader Sabas (feest 5 december) was gesticht.

Mogelijk is Damascenus de auteur van de Oktoichos, 'Acht Tonen', een liedboek voor de dagelijkse diensten in de oosterse kerken waarin ook Mariahymnen zijn opgenomen, maar het kan ook zijn dat hij alleen verantwoordelijk was voor verbetering en herziening van dit boek.
Leo XIII riep Johannes Damascenus uit tot kerkleraar.
Johannes wordt op verschillende dagen al naar gelang de christelijke denominatie liturgisch herdacht: 27 maart, 6 mei en 4 december.
Het Roomse Martelaarsboek schrijft voor 6 mei:
Te Damascus de geboortedag van de zalige priester Johannes Damascenus, belijder en kerkleraar. Hij is beroemd om zijn heiligheid en wetenschap. Door woord en geschrift is hij krachtig opgetreden voor de verering van de heilige beelden tegen Leo de Isauriër. Toen hem nu op valse beschuldigingen van de keizer door de vorst der Saracenen de rechterhand was afgehouwen, beval hij zich aan de zalige maagd Maria aan, wier beeltenis hij verdedigd had, en aanstonds kreeg hij zijn hand ongedeerd en gezond terug. Zijn feest viert men echter op 27 maart.

Tricherousa-icoon

De zilveren votief-hand gingen schilders later afbeelden en hieruit ontstond een nieuw icoon-type: de Tricherousa, de Driehandige Maagd, of de Moeder Gods met drie handen. De icoon, hier afgebeeld in een hedendaagse versie *, is een variant op de Moeder Gods Hodegetria. Een verschil is echter dat hier het kind op de rechter arm van zijn moeder zit en niet op haar linker arm en dat er onderaan op de icoon een derde hand van de Moeder Gods is afgebeeld. De oer-icoon werd vanuit Palestina overgebracht naar het Sabas-klooster in Jeruzalem, en werd in de twaalfde eeuw geschonken aan Sava, aartsbisschop van Servië. Bij de Turkse inval in Servië, aan het eind van de veertiende eeuw, werd de icoon per muilezel naar het Servische Chilandariou-klooster op de heilige berg Athos gebracht, waar de icoon zich tot op heden bevindt. Bijzonder is dat de icoon in het klooster de functie van abdis vervult. Het is één van de beroemdste wonderdadige iconen in de orthodoxe wereld. Het feest van de Tricherousa wordt gevierd op 28 juni en 12 juli.
* Liesbeth Smulders - Tricherousa (2012), icoon, 23 x 28cm (met polimentvergulding)

Iconografie

Johannes werd in het oosten voorgesteld als een oude man met lange grijze haren en baard, een soort tulband op het hoofd, dit vanwege zijn Syrische afkomst, en in priester-gewaad.
Men beeldde hem of op iconen van de ontslaping van Maria, waarover hij schreef.

Luigi Miradori Il Genovesimo schilderde voor de Santa Maria Maddalenakerk te Cremona het wonder van de afgehakte rechterhand.
Luigi Miradori detto il Genovesino (1600/10-±1656)
Miracolo di san Giovanni Damasceno (1648)
Olieverf op doek, 207 x 140 cm
Cremona - Santa Maria Maddalena
2016 Paul Verheijen / Nijmegen