|
||
SchrijverPaulus noemt in drie van zijn brieven die in het Tweede Testament zijn opgenomen bij zijn groeten aan het eind van de brief een zekere Lucas:
In het verhaal van de twee Emmaüsgangers noemt Lucas alleen de naam van Kleopas en is hijzelf de andere Emmaüsganger. Maar dit strookt niet met de proloog van zijn evangelie waarin hij schrijft dat de gebeurtenissen hem zijn overgeleverd door ooggetuigen. Als Emmaüsganger zou hijzelf ooggetuige zijn geweest. Omdat Lucas het in zijn evangelie ook heeft over een groep van ongeveer 70 leerlingen die Jezus twee aan twee vooruitstuurt naar steden waar hij heen wil gaan (Lucas 10:1), wordt ook gedacht dat Lucas tot deze groep behoorde. Zulke identificaties lijken nogal willekeurig. Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem op 18 oktober in deze woorden: In Bithynië de geboorte van de zalige evangelist Lucas, die om de naam van Christus veel moest lijden en die vervuld van de heilige Geest gestorven is. Zijn gebeente is later naar Constantinopel vervoerd en vandaar naar Padua overgebracht.Behalve als schrijver van het derde evangelie staat ook de Handelingen van de apostelen op zijn naam, vanwege het feit dat de beide prologen op elkaar aansluiten (Lucas 1:1-4 en Handelingen 1:1-3). Volgens een oude overlevering was Lucas afkomstig uit Antiochië in Syrië. Het Griekse geschrift Anti-Marcionitische Prologen uit circa 160-80 weet dat hij na Paulus' dood in Achaia gewerkt heeft en aldaar zijn geschriften samengesteld. Andere bronnen melden nog meer 'feiten': Lucas was ongehuwd, na de executie van Paulus preekte hij in Italië, Gallië, Dalmatië en Macedonië, hij stierf van ouderdom op 84-jarige leeftijd in Boëtië, dan wel werd hij gekruisigd aan een olijfboom in Patara (in het huidige Turkije) of in het Griekse Thebe, waarvandaan de translatie van zijn relieken (samen met die van Andreas en Timoteüs herdacht op 9 mei) plaatsvond in 357 naar de Apostelkerk te Constantinopel op last van keizer Constantijn. Behalve Padua claimt overigens ook Venetië (delen van) zijn gebeente te bewaren. Ook het klooster van Xenofontos op de berg Athos staat erom bekend relieken van de evangelist Lucas te bewaren. Een van de meest opvallende schatten in dit klooster is een deel van de rechterhand van de heilige Lucas, uiteraard vanwege diens werk als evangelist en schilder (zie onder). |
||
SchilderVolgens een legendarische traditie was Lucas de allereerste schilder van iconen die Maria tijdens haar leven heeft geportretteerd. Tientallen kerken en kloosters in bijvoorbeeld Italië, Polen, Rusland, Griekenland, Cyprus en Montenegro, claimen een Maria-icoon te bezitten die door zijn hand is gemaakt. Als gevolg hiervoor werd Lucas schutspatroon en naamgever van schildersgilden. Lucas liet zo'n Mariaportret bij zijn zendingsactiviteiten ook zien aan heidenen die zich daarna bekeerden.Dit idee van 'schilder' Lucas is waarschijnlijk ontstaan omdat Lucas de enige is die met veel liefde en aandacht Maria 'schildert' in zijn evangelie. Ter vergelijking: Lucas noemt haar naam 13 keer (waarvan 1x in Handelingen); Matteüs 5 keer; Marcus 1 keer en Johannes spreekt alleen over de 'moeder' van Jezus en noemt haar naam in het geheel niet. Lucas kruipt als het ware in de huid van Maria en verwoordt haar gevoelsleven: Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken.Kunsthistorisch en archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat al deze iconen dateren uit latere periodes, meestal tussen de 6e en de 14e eeuw. De toeschrijving aan Lucas moet daarom vooral gezien worden als een spiritueel keurmerk. Het geeft aan dat de icoon beschouwd wordt als een getrouwe, goddelijk geïnspireerde weergave van Maria. Salus Populi Romani (linkerafbeelding) (Rome - Santa Maria Maggiore - Cappella Paolina) Deze icoon 'redding van het Romeinse volk' werd volgens de legendarische traditie begonnen door Lucas, maar voltooid door engelen. Het kan hierdoor een acheiropoieton-icoon genoemd worden. In 590 werd het door Gregorius de Grote in processie naar de Sint Pieter in Rome gedragen en werd het Romeinse volk gered van een pestepidemie. Deskundigen dateren het werk nogal ruim tussen de 5de en 12de eeuw. Madonna del Popolo (rechterafbeelding) (Rome - Santa Maria del Popolo - Hoofdaltaar) Tijdens een restauratie werd een verborgen handtekening ontdekt en is gebleken dat het werk is geschilderd door Filippo Rusuti (±1255–±1325). Ook deze icoon wordt al eeuwenlang diep vereerd en ingezet bij processies om pestepidemieën af te wenden. Zie ook de pagina over Zwarte Madonna. |
||
ArtsIs het feit dat Paulus het beroep van Lucas noemt (iatros, arts), veelzeggend voor het evangelie van Lucas? Lange tijd werd wel beargumenteerd dat je aan de tekst van zijn evangelie kon zien dat de schrijver een arts was. Lucas gebruikt opvallend veel specifieke medische Griekse termen wanneer hij wonderverhalen over zieken en genezingen beschrijft.
Hiertegenover kan worden beweerd dat de hierboven genoemde 'medische' woorden ook door de overige evangelisten (op 'waterzuchtige' na) en andere 'niet-artsen' werden gebruikt, zoals Flavius Josephus. Moderne historici en theologen stellen daarom dat je alleen uit de woordkeuze in zijn evangelie niet hard kunt bewijzen dat hij een arts was. |
||
Legenda AureaIn hoofdstuk 152 van de Legenda Aurea heeft Jacobus de Voragine blijkbaar weinig vertelstof over Lucas. Hij neemt daarom zijn toevlucht tot het visioen van Ezechiël van de vier wezens, past dat toe op de vier evangelisten en vervolgens volgens de stelselmatige scholastieke uitwerking - waaraan hij bijzonder gehecht is - op het leven van Lucas dat op deze vier wijzen met onderverdelingen tot wel vier niveaus was geordend. Hoe hij dit schematisch beschrijft, is te lezen onder de knop 'Lees meer'.
|
||
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |