Paul Verheijen

STEFANUS

Diaken
Feestdagen
Martelaar
Legenda Aurea
Iconografie en patronaten
Stefanus-heiligen

Diaken

Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Hebreeuwssprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld. Daarop riepen de twaalf apostelen de voltallige gemeenschap van leerlingen bijeen en zeiden: ‘Het is niet goed dat wij de zorg dragen voor de gemeenschappelijke maaltijden, want daardoor verwaarlozen we de verkondiging van Gods woord. Kies daarom, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekendstaan en vervuld zijn van de Geest. Aan hen zullen we deze taak opdragen, terwijl wij ons zullen wijden aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God.’ Alle leerlingen stemden met dit voorstel in. Ze kozen Stefanus, een diepgelovig man, die vervuld was van de heilige Geest, en verder ook Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië. Ze lieten deze mannen plaatsnemen voor de apostelen, die een gebed uitspraken en hun daarna de handen oplegden. Het woord van God vond steeds meer gehoor, zodat het aantal leerlingen in Jeruzalem sterk groeide; ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.
(Handelingen van de apostelen 6:1-7)
Men koos zeven mannen die op grond van hun namen allen waarschijnlijk Hellenistisch waren. Hoewel Lucas de term diakonos, 'dienaar', hier niet gebruikt, werden de zeven mannen vanaf de tweede eeuw diaken genoemd. Een van deze zeven mannen was Stefanus die dankzij Gods genade en kracht grote wonderen en tekenen onder het volk verrichtte. Hij had een grote kennis van de geschriften van het Eerste Testament en werd door het Sanhedrin beschuldigd van blasfemie.
Toen ze dit hoorden, werden ze razend op hem, ze knarsetandden van woede. Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: ‘Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.’ Maar ze schreeuwden en tierden, hielden hun handen voor hun oren en stormden met zijn allen op hem af. Ze dreven hem de stad uit om hem te stenigen. De getuigen gaven hun mantel in bewaring bij een jongeman die Saulus heette. Terwijl Stefanus gestenigd werd, riep hij uit: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest.’ Hij viel op zijn knieën en riep luidkeels: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan!’ En na deze woorden stierf hij. Saulus keurde de moord op hem goed. Nog diezelfde dag brak er een hevige vervolging los tegen de gemeente in Jeruzalem, zodat allen verspreid werden over Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen. Vrome mannen begroeven Stefanus en hieven een luide dodenklacht over hem aan. Saulus probeerde de gemeente te vernietigen door mannen en vrouwen met geweld uit hun huizen te sleuren en hen te laten opsluiten in de gevangenis.
(Handelingen van de apostelen 7:54 - 8:2)

Feestdagen

De hoofdfeestdag van Stefanus is Tweede Kerstdag, waarmee duidelijk wordt dat Kerstmis in het christendom méér betekent dan een romantisch kindje in een kribbetje.
Het Roomse Martelaarsboek:
26 december - Dies natalis (Sterfdag):
Te Jeruzalem de geboorte van de heilige Stefanus, de eerste martelaar. Niet lang na de Hemelvaart des Heren werd hij door de joden gestenigd.

3 augustus - Inventio (Vinding):
Te Jeruzalem de vinding van het lichaam van de zalige Stefanus, de eerste martelaar, en van de heiligen Gamaliël, Nikodemus en Abibon, zoals het ten tijde van keizer Honorius van Godswege aan de priester Lucianus was geopenbaard.

7 mei - Translatio (Overbrenging) en Conjunctio (Vereniging):
Te Rome het overbrengen van het lichaam van de eerste martelaar, Sint Stefanus. Onder paus Pelagius I werd het uit Constantinopel naar Rome vervoerd en in het graf van de heilige martelaar Laurentius op Campo Verano bijgezet, alwaar het door de gelovigen zeer godvruchtig wordt vereerd.
In het Italiaanse Ancona werden lange tijd stenen bewaard die afkomstig waren van de steniging.
In de middeleeuwen ontstond vooral in Duitsland het gebruik om rond zijn feestdag het voedsel voor paarden aan hem te wijden, een christelijke invulling van oudere gebruiken.

Martelaar

Stefanus wordt beschouwd als de eerste christen die vanwege zijn geloof in Christus is gedood (protomartyr). De naam Stefanus betekent in het Grieks 'krans'. De krans is het attribuut geworden van een martelaar. In de klassieke oudheid werden lauwerkransen geschonken aan overwinnaars, zowel de winnaars in de atletiek zoals die destijds werd bedreven. In Rome hadden ze een symboliek die te maken had met het overwinnen van een vijand door een succesvol bevelhebber tijdens zijn triomftocht, de corona triumphalis. Zo werd een christelijke martelaar ook overwinnaar.
Bij de christenen leefde duidelijk het besef van de innerlijke waarde van het getuigenis waar de dood op volgt. Een martelaar werd steeds meer gezien als de volmaakte christen, zijn lijden als een parallel met het lijden van Christus. Hij ging, getooid met de krans van de overwinning, direct de hemelse zaligheid binnen zonder te worden geoordeeld. Of de eerste martelaar van het christendom op voorhand al stefanos heette, is op grond van de bijbeltekst niet vast te stellen. Goddelijk toeval?
De geleidelijk groeiende verering voor de martelaren werd een cultische verering. Reeds vroeg werd de jaardag (dies natalis) van de dood herdacht en lijsten van deze data aangelegd (martyrologium). Martelaarsakten werden vastgelegd om te lezen op de gedenkdag.

Legenda Aurea

Naast het verhaal dat de evangelist Lucas ons heeft overgeleverd over Stefanus in zijn Handelingen van de apostelen, ontstonden er vanaf de vroege middeleeuwen allerlei fantastische legenden over hem. Ze zijn o.a. te lezen in de Vita fabulosa Sancti Stephani Protomartyris en in de hoofdstukken 8 en 108 van de Legenda Aurea. Een Scandinavische legende spant hierin de kroon. Stefanus is daarin stalknecht van koning Herodes. Tijdens een maaltijd meldt hij de koning de geboorte van een grotere koning in Betlehem. Herodes belooft de kinderen in Betlehem niet te zullen doden als Stefanus de gebraden haan op tafel laat kraaien. Stefanus krijgt dat uiteraard voor elkaar en de haan kraait 'Christus natus est', Christus is geboren. Ondanks dit enorme wonder hield Herodes zich niet aan zijn belofte.

Hoofdstuk 8 schreef Jacobus de Voragine voor Stefanus' liturgische feestdag op Tweede Kerstdag. Lucas meldt niet wanneer de steniging van Stefanus plaatsvond, wie de vrome mannen waren, op welke plaats zij hem begroeven en wat er verder met zijn relieken is gebeurd. Dat vult de Legenda Aurea wel in.
De steniging van Stefanus had plaats in het jaar waarin de Heer ten hemel is opgestegen, in de daaropvolgende maand augustus, bij het aanbreken van de derde dag. Sint Gamaliël en Nikodemus, die het voor de christenen opnamen bij alle beraadslagingen van de joden, begroeven hem op het landgoed van Gamaliël.
(Legenda Aurea 8,82-83)
Volgens de traditie werd het lichaam van Stefanus bijgezet in de kerk die de Byzantijnse keizerin Eudoxia in 460 in Jeruzalem had laten bouwen op de plek waar Stefanus de stenigingsdood zou zijn gestorven. Dit heiligdom werd echter in 614 door de Perzen verwoest en de relieken raakten verspreid. De kerk werd in 1890 herbouwd door Franse dominicanen (Basilica Saint Étienne) als onderdeel van hun École biblique-complex. De linkerhand bevindt zich in Zwiefalten.
Rondom de relieken speelden zich allerlei wonderen af.

De Legenda Aurea vertelt in hoofdstuk 108 De inventione sancti Stephani protomartyris in meer dan honderd paragrafen op de liturgische feestdag van 3 augustus over wat er met Stefanus' relieken is gebeurd:
  • Inventio
    Vinding van graf van Gamaliël, zijn zoon Abibas, Nikodemus en Stefanus. Nadat priester Lucianus een drievoudig visioen van Gamaliël had gekregen, werden de vier lichamen bijgezet in de kerk van Sion in Jeruzalem.
  • Translatio
    Overbrenging van het lichaam van Stefanus van Jeruzalem naar Constantinopel. Alexander, een senator uit Constantinopel, werd in Jeruzalem begraven in het graf van Stefanus. Na zeven jaar wilde weduwe Juliana terugkeren naar Constantinopel en het lichaam van haar man meenemen. Per ongeluk nam ze het verkeerde lichaam mee.
  • Conjunctio
    Vereniging van het lichaam van Stefanus met het lichaam van Laurentius. Eudoxia, dochter van keizer Theodosius, is bezeten van een demon en wil het lichaam van Stefanus naar Rome laten overbrengen om het aan te raken en zo genezen te worden. Dat werd toegestaan op voorwaarde dat omgekeerd het lichaam van Laurentius dan van Rome naar Constantinopel gebracht zou worden. Eudoxia werd inderdaad genezen, maar toen Grieken het lichaam van Laurentius mee wilden nemen naar Constantinopel vielen zij dood neer, omdat Laurentius met Stefanus verenigd wilde zijn.
Onder de knop is hoofdstuk 108 integraal te lezen.
Afbeelding: Michael Pacher - ±1470 - Paneel ontmantelde Stephansaltar (Moulins - Musée Anne-de-Beaujeu)



Het lichaam van Sint Stefanus, de eerste martelaar, werd naar men zegt in het jaar des Heren 417 gevonden, in het zevende jaar van keizer Honorius. Men leest echter over zijn vinding, zijn translatie en zijn vereniging.

De vinding vond plaats op de volgende wijze. In de omgeving van Jeruzalem woonde een priester Lucianus. Gennadius rekent hem tot de beroemde mannen; hij is het dan ook die het hierna volgende verhaal heeft opgetekend: het was vrijdag en Lucianus lag in zijn bed te slapen, maar hij was bijna wakker. Op dat moment verscheen hem een grijsaard, rijzig van gestalte en met een mooi gelaat en een lange baard; hij droeg een wit kleed, waarop gouden stenen en kruisen geweven waren; hij droeg ook laarzen die van boven verguld waren. Hij raakte hem aan met de gouden roede in zijn hand en sprak tot hem: 'Ga ijverig aan het werk om onze graven te zoeken, en maak ze open, want de plaats waar wij nu begraven liggen, is ons niet waardig. Ga daarom naar Johannes, de bisschop van Jeruzalem: hij moet ons op een eervolle plaats herbegraven. Want zie, er is droogte en ellende over de wereld gekomen, maar God wil door onze tussenkomst de wereld weer laten delen in zijn genade.' Toen zei Lucianus, de priester: 'Heer, wie bent u?' De grijsaard antwoordde: 'Ik ben Gamaliël die de apostel Paulus onderrichtte, die aan mijn voeten de Wet heeft geleerd. Die echter naast mij ligt is Sint Stefanus, die door de joden was gestenigd en buiten de stad geworpen, zodat de vogels en de wilde beesten hem konden opvreten; dat echter verhoedde degene aan wie de martelaar trouw had gezworen, want ik zelf nam hem met grote zorg en legde hem in mijn nieuwe graf. De andere die bij mij ligt, is mijn neef Nikodemus, die 's nachts naar Jezus toekwam en later van Petrus en Johannes het heilig doopsel ontving; daarover waren de hogepriesters zeer ontstemd en ze zouden hem zeker hebben gedood, als hun ontzag voor ons hen niet had weerhouden; wel namen ze al zijn bezittingen en zetten ze hem uit zijn hoge ambt, sloegen hem zeer en lieten hem halfdood liggen. Ik nam hem in mijn huis, waar hij nog een paar dagen leefde en toen hij dood was, begroef ik hem aan de voeten van Sint Stefanus. De derde echter die bij mij ligt is mijn zoon Abibas, die tegelijk met mij op 20-jarige leeftijd het doopsel ontving en zo lang hij leefde zijn kuisheid bewaarde; en leerde met mijn leerling Paulus de Wet. Mijn vrouw Aethea en mijn zoon Selemias, die het christengeloof niet wilden aannemen, waren dan ook niet waardig bij ons begraven te worden; je zult hun op een andere plek begraven vinden, maar hun graven zijn woest en leeg.' Na deze woorden verdween Gamaliël.

Toen Lucianus wakker was, bad hij tot God: 'Als dit visioen waar is, laat het zich dan nog een tweede en derde keer aan hem verschijnen. De vrijdag daarop verscheen hem Sint Gamaliël voor de tweede keer net als de vorige keer en vroeg hem waarom hij zijn woorden had versmaad. 'Heer, ik heb uw woorden niet versmaad,' antwoordde die, 'maar ik heb de Heer gevraagd: als het visioen van God afkomstig is, laat het dan drie maal aan mij verschijnen'. Sprak Gamaliël 'Omdat je hebt bedacht, waaraan je ieders gebeente van ons zou kunnen herkennen, wanneer je ze zou vinden, zal ik je door middel van een gelijkenis van ieder apart de doodkist en gebeente aanwijzen.' Daarop toonde hij hem drie gouden korven en een vierde die van zilver was; de eerste was gevuld met rode rozen, twee met witte rozen, die van zilver was echter gevuld met saffraan. En Gamaliël sprak: 'Die korven stellen onze doodkisten voor en de bloemen ons gebeente. De korf met de rode rozen is de doodkist van Sint Stefanus, die als enige van ons met het martelaarschap is gekroond; de twee met witte rozen zijn Nikodemus' en mijn doodkist, want wij hebben met een zuiver hart de Heer beleden; de zilveren met saffraan is de doodkist van mijn zoon Abibas, die met maagdelijke kuisheid was gesierd en rein deze wereld verliet.' Na deze woorden verdween hij weer. De volgende vrijdag verscheen hij hem weer en was hij behoorlijk kwaad, en schold hem uit gewoon lui te zijn, dat hij zijn gebod nog altijd had vervuld. Toen maakte Lucianus zich onmiddellijk gereed om naar Jeruzalem te gaan naar de bisschop Johannes, en vertelde hem alles wat hem bekend was gemaakt. Toen namen ze nog verschillende andere bisschoppen mee bij en kwamen ze aan de plaats die aan Lucianus was aangewezen, en begonnen te graven. En zie, de aarde beefde en een zoetige geur verspreidde zich. Door deze geur werden zeventig mensen gezond van allerlei gebreken, door verdienste van de heiligen. Dus werden hun lichamen onder grote vreugde naar de kerk van Jeruzalem overgebracht, daar waar Stefanus eens het ambt van diaken had bekleed. Daar werden ze met veel eerbetoon bijgezet. Precies op dat uur viel er een geweldige regenbui uit de hemel neer. Van dit visioen en van de vinding meekt Beda melding in zijn kroniek.

Deze vinding van sint Stefanus geschiedde op de dag waarop zijn marteldood wordt gevierd en men zegt dat zijn marteldood geschiedde op de dag van vandaag. De feesten zijn echter om twee redenen door de Kerk omgewisseld. De eerste reden was dat Christus werd geboren op aarde opdat de mens geboren zou worden in de hemel. Het was daarom passend dat op de geboorte van Christus meteen het geboortefeest van sint Stefanus volgde — want hij was de eerste die voor Christus het martelaarschap onderging en dat is de geboorte in de hemel —, om aldus kenbaar te maken dat de ene geboorte uit de andere voortkomt. Daarom wordt over hem gezongen: ‘Gisteren is Christus geboren op aarde, opdat vandaag Stefanus geboren zou worden in de hemel.’ De tweede reden is dat het feest van de vinding grootser werd gevierd dan het feest van het martelaarschap. En dit niet alleen uit eerbied voor de geboorte van de Heer, maar ook vanwege de vele wonderen die de Heer bij de vinding van Stefanus had verricht. Omdat echter zijn marteldood in waardigheid de vinding overtreft en daarom ook plechtiger gevierd moet worden, heeft de Kerk de feestdag van zijn marteldood verplaatst naar een tijd waarin deze met grotere eerbied gevierd kan worden.

Zijn overbrenging, zoals Augustus vertelt, geschiedde op de volgende wijze. Alexander, een senator uit Constantinopel, ging met zijn vrouw naar Jeruzalem. Hij bouwde een prachtige bidkapel voor de eerste martelaar Stefanus en liet zich na zijn dood bij diens stoffelijke resten begraven. Toen er zeven jaren waren voorbijgegaan, wilde Juliana, zijn vrouw, teruggaan naar haar vaderland omdat zij door hooggeplaatste personen onheus werd bejegend. Het lichaam van haar man wilde ze meenemen. Ze richtte zich daartoe met dringende verzoeken tot de bisschop, die haar twee zilveren kisten toonde en zei: ‘Ik weet niet welke van deze twee de kist is van uw man.’ ‘Ik wel’, zei ze. Ze stapte naar voren en omarmde het lichaam van sint Stefanus. Zo ontving zij in de veronderstelling dat ze het lichaam van haar man kreeg, per ongeluk dat van de eerste martelaar. Maar toen ze met het lichaam was scheep gegaan, werden er lofliederen van engelen gehoord, verspreidde zich een heerlijke geur, schreeuwden de demonen luid en ontketenden een woeste storm, terwijl ze riepen: ‘Wee ons! De eerste martelaar Stefanus gaat voorbij en geselt ons met gruwelijk vuur.’ De zeelui vreesden voor een schipbreuk en riepen Stefanus aan. Hij verscheen hun onmiddellijk en zei: ‘Ik ben het. Vrees niet’. En terstond werd het volkomen stil. Toen hoorde men de stemmen van de demonen die riepen: ‘Goddeloze vorst, steek het schip in brand, want onze tegenstander Stefanus is aan boord.’ Daarom zond de vorst der demonen vijf demonen die het schip in brand moesten steken, maar een engel van de Heer stortte hen in de diepte. Bij de aankomst in Chalcedon schreeuwden de demonen: 'Gods dienstknecht is gekomen, die door de onrechtvaardige joden is gestenigd!' Ze bereikten ongedeerd Constantino­pel en zetten daar in een kerk met grote eerbied het lichaam van sint Stefanus bij. Aldus Augustus.

De vereniging van het lichaam van Stefanus met dat van sint Laurentius geschiedde op de volgende wijze. Het gebeurde dat Eudoxia, de dochter van keizer Theodosius, zwaar werd gefolterd door een demon. Toen men dit meedeelde aan haar vader, die zich in Constantinopel bevond, gaf hij opdracht zijn dochter naar die stad te brengen om haar te laten aanraken met de relieken van de hoogheilige eerste martelaar. Maar de demon die in haar was schreeuwde: 'Als Stefanus niet naar Rome komt, kom ik niet naar buiten, want zo willen het de apostelen.' Toen de keizer dit had gehoord, kreeg hij van de geestelijkheid en het volk van Constan­tinopel gedaan dat zij het lichaam van sint Stefanus aan de Romeinen gaven en dat zij dan het lichaam van Laurentius zouden krijgen. De keizer schreef hierover aan paus Pelagius en de paus stemde na beraad met de kardinalen in met het verzoek van de keizer. Er werden kardinalen naar Constantinopel afgevaardigd en zij brach­ten het lichaam van Stefanus naar Rome; de Grieken reisden met hen mee om het lichaam van Laurentius in ontvangst te nemen. In Capua werd het lichaam van Stefanus verwelkomd. De Capuanen kregen op hun vurige bedden zijn rechterarm en bouwden te zijner ere de aartsbisschoppelijke kerk. Maar toen men in Rome was gekomen en het lichaam in de kerk van Sint Petrus' Banden binnen wilde bren­gen, stonden de dragers stil en konden geen stap meer zetten. De demon in het meisje schreeuwde: 'Jullie doen vergeefse moeite, want hij heeft hier niet zijn rustplaats verkozen, maar bij zijn broeder Laurentius.' Daar bracht men het lichaam dus naartoe en nadat het meisje ermee was aangeraakt, werd zij van de demon bevrijd. Wat Laurentius betreft, alsof hij de komst van zijn broeder met vreugde begroette, schoof hij naar de andere kant van zijn graf en maakte zo het midden vrij voor zijn broeder. De Grieken deden een poging om Laurentius mee te nemen, maar ze vielen als ontzield ter aarde. Op het gebed van de paus, de geestelijkheid en het volk kwamen zij tegen de avond ternauwernood bij kennis, maar tien dagen later waren ze allemaal dood. Ook de Latijnen die gemene zaak met hen hadden gemaakt, werden waanzinnig en ze konden pas worden genezen toen de lichamen van de heiligen samen in een graf lagen. Toen weerklonk uit de hemel een stem: 'O gelukkig Rome, dat het lichaam van Laurentius uit Spanje en de roemrijke over­blijfselen van Stefanus uit Jeruzalem in één tombe bergt!' Deze vereniging had plaats omstreeks het jaar des Heren 425.

Augustinus vertelt in het tweeëntwintigste boek van De stad van God dat op het aanroepen van sint Stefanus zes doden werden opgewekt. Iemand lag dood ter­neer en men bond hem de grote tenen al samen, maar toen de naam van sint Stefanus over hem was aangeroepen, werd hij dadelijk weer tot leven gewekt. Een jongen was door een wagen overreden; zijn moeder droeg hem naar de kerk van sint Stefanus en kreeg hem levend en gezond weer terug. Een moniale die op sterven lag, was naar de kerk van sint Stefanus gebracht en daar overleden; terwijl allen in verbijstering toekeken, stond zij genezen weer op. Een meisje in Hippo was gestorven; nadat haar vader haar hemd naar de kerk van sint Stefanus had gebracht, wierp hij het op het lichaam van zijn dochter en zij stond onmiddellijk op. Een jongeman in Hippo stond onmiddellijk op nadat zijn lichaam met olie van sint Stefanus was gezalfd. Een jongen was dood naar de kerk van sint Stefanus gebracht en werd na aanroeping van sint Stefanus prompt aan het leven teruggegeven.

Augustinus zegt over deze kostbare bloedgetuige het volgende: 'Gamaliël, in tabbaard gehuld, heeft deze martelaar aangewezen; Saulus, ontkleed, heeft hem gestenigd; Christus, in doeken gewikkeld, heeft hem verrijkt en met een kostbare steen gekroond.' En ook: 'In Stefanus flonkerde de schoonheid van het lichaam, de bloei van de jeugd, de welsprekendheid van de redenaar, de wijsheid van een hoogheilig verstand en de werkzaamheid van de godheid.' En ook: 'Toen de sterke steunpilaar van God tussen de stenigende scharen met een grijptang werd vastgehouden, werd hij, standvastig in het geloof, gloeiend gemaakt en opgehangen, geslagen en uitgerekt, verkleind en vergroot, gebeukt en niet verslagen.' En over de Schriftplaats 'Hardnekkigen enz.': 'Hij vleit niet maar valt aan; hij streelt niet maar daagt uit; hij beeft niet maar prikkelt.' En ook: 'Kijk naar Stefanus, een slaaf zoals jij, hij was een mens zoals jij, hij was van de massa van de zonde zoals jij, voor dezelfde prijs vrijgekocht als jij; hij was diaken, hij las het evangelie dat ook jij leest en hoort; daar vond hij geschreven: "Hebt uw vijanden lief"; hij kwam dit te weten door het te lezen, hij volbracht het door te gehoorzamen.'

Iconografie en patronaten

Stefanus wordt gewoonlijk afgebeeld gekleed als diaken in een rijk geborduurde dalmatiek, een koorhemd met mouwen, in de hand de martelaarspalm en stenen dragend.
In de loop der eeuwen werd hij vaak gekozen tot patroon van kerken en steden.
Stefanus is patroonheilige van vele beroepsgroepen.
  • Vanwege zijn dalmatiek beroepen in verband met kleding: kleermakers en wevers.
  • Vanwege zijn steniging beroepen in de bouw: metselaars, steengroevenarbeiders, steenhouwers, timmerlieden, vloerleggers.
  • Vanwege de Duitse paardenvoedselwijding: groentekwekers, koetsiers, kuipers, paardenknechten, stalknechten.
Hij wordt aangeroepen tegen allerlei ziektes met 'steen': steenpuisten, nierstenen, enzovoort.

Stefanus-heiligen

De rooms-katholieke kerk kent een kleine 30 zaligen en heiligen met de naam Stefanus of Stephanus.
Buiten Nederland kennen we Stefanus als Estève, Étienne, Istvan, Estêvao, Esteban.
Nogal wat personen herdoopten hun niet-christelijke naam tot Stefanus nadat zij zich tot het christendom bekeerd hadden. Onderstaande mannen kozen de naam als pausnaam.
  • Stephanus I - 254-257 - feestdag 2 augustus
    Over deze Stephanus schrijft de Legenda Aurea, maar oudere documenten maken geen melding van zijn onthoofding waarover De Voragine schrijft.
    Nadat paus Stephanus vele heidenen door zijn woord en voorbeeld had bekeerd en vele lichamen van heilige martelaren had begraven, lieten Valerianus en Galliënus hem in het jaar des Heren 260 intensief zoeken om hem en zijn geestelijken tot offeren te dwingen of hen anders met allerlei folteringen te straffen. Zij lieten bekendmaken dat degene die hen aangaf hun hele vermogen in bezit zou krijgen. Zo werden tien van zijn geestelijken opgepakt en onmiddellijk zonder vorm van proces onthoofd. De volgende dag werd paus Stephanus opgepakt en naar de tempel van Mars gevoerd om daar ofwel het afgodsbeeld te aanbidden of de doodstraf te ondergaan. Maar toen hij daar was binnengegaan en God had gesmeekt deze tempel te verwoesten, stortte een groot deel van het gebouw in en de hele menigte vluchtte in paniek weg. Zelf ging hij naar de catacombe van sint Lucia. Zodra Valerinaus hiervan hoorde, stuurde hij nog meer soldaten op hem af dan eerst. Toen zij daar aankwamen, troffen zij hem aan bij het opdragen van de mis. En terwijl hij onverschrokken bleef en devoot voortzette wat hij was begonnen, onthoofdden zij hem op zijn zetel.
    (Legenda Aurea 107,1-8)
  • Stephanus (II) - 752 (2 dagen; geschrapt uit lijst in 1961)
  • Stephanus II (III) - 752-757
  • Stephanus III (IV) - 767-772
  • Stephanus IV (V) - 816-817
  • Stephanus V (VI) - 885-891
  • Stephanus VI (VII) - 896-897
  • Stephanus VII (VIII) - 928-931
  • Stephanus VIII (IX) - 939-942
  • Stephanus IX (X) - 1057-1058 (feestdag als zalige 29 maart)
2016 Paul Verheijen / Nijmegen