Paul Verheijen


Home

Menu

Expo

Mail

Info

Bestel

Zoek

SIMSON



SCHEPPINGSTAPIJT


GHIBERTI


REMBRANDT


JAN STEEN

Overzicht Rechters

Otniël (Re 3,7-11)

Ehud (Re 3,12-30)
Samgar (Re 3,31)
Debora en Barak (Re 4,1- 5,31)
Gideon (Re 6,1 - 8,35)
Abimelek (Re 9,1-56)
Tola en Jaïr (Re 10,1-18)
Jefta (Re 11,1 - 12,7)
Ibsan (Re 12,8-10)
Elon (Re 12,11-12)
Abdon (Re 12,13-15)
Simson (Re 13,1 - 16,31)

GUSTAVE MOREAU

Rechter

Een rechter, ook wel richter genoemd, is in het Eerste Testament van de bijbel een persoon die als leider en militair bevelhebber optreedt.
In het Hebreeuws heten dergelijke leiders sjof'tiem.
Over de betekenis van dit woord bestaan twee opvattingen:

- het verwijst naar een vaststaand ambt zoals ook wij dat tegenwoordig kennen
- het verwijst in algemene zin naar een redder van het volk.
In beide gevallen gaat het om personen die het (gekrenkte) recht herstellen.

Uit het overzicht (zie kader) blijkt dat de omvang van wat er over hen wordt verteld in het bijbelboek Rechters behoorlijk varieert.
Aan Samgar wordt slechts één zin gewijd, terwijl voor Simson vier hoofdstukken worden gereserveerd.

Deze laatste rechter is om die reden zonder meer de bekendste.
Vooral zijn relatie met femme fatale Delila spreekt tot de kunstzinnige verbeelding.

Superheld

De rechter Simson is vanwege zijn lange haar voorzien van een fenomenale kracht.
De heldendaden die hij daardoor kan verrichten tegen zijn gezworen vijand, de Filistijnen, zouden niet misstaan in een hedendaags stripboek of film van het Amerikaanse bedrijf Marvel.
Deze 'sterke' verhalen over Simson vertonen overeenkomsten met mythologische figuren als de Fenicische Melqart, de Grieks / Romeinse Herakles / Hercules, de Mesopotamische Gilgamesj, de Cilicische Sandas en de Indische Vishvarupa.
Of en hoe deze verhalen elkaar hebben beïnvloed is moeilijk vast te stellen.

Het is de schone Delila die Simson verraadt door te profiteren van een moment waarop Simson slaapt om zijn haar af te knippen, waarna ze de Filistijnen roept.
Met uitgestoken ogen wordt hij vastgebonden aan een tredmolen die hij eindeloos moet voortbewegen.
Als hij voor de Filistijnen moet optreden, laat hij zich tussen de middelste pijlers van hun tempel leiden, waar hij een laatste keer tot JHWH bidt dat zijn kracht terug mag keren.
Dan zet hij zich schrap tussen de twee zuilen, duwt die omver en laat zo de tempel neerstorten op zichzelf en alle aanwezige Filistijnen.

Flavius Josephus hervertelt het verhaal over Sampson en Dalale, zoals zij bij hem heten, in zijn De Oude Geschiedenis van de Joden, Boek V,275-317.
Hij eindigt als volgt:

De man verdient onze bewondering vanwege zijn dapperheid, zijn kracht en zijn edelmoedige dood, en zeker ook om de boosheid die hij tot op het laatste moment tegen zijn vijanden koesterde. Dat hij zich gevangen liet nemen door een vrouw is te verklaren vanuit de menselijke natuur, die tot misstappen geneigd is. Men moet hem nageven dat hij in alle opzichten voortreffelijk was.

(Boek V,317 vert. Meijer-Wes, 1996)


2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen