Paul Verheijen

FRA ANGELICO

Perugia-polyptiek

Frater

Frate Giovanni Angelico da Fiesole, il quale fu al secolo chiamato Guido, essendo non meno stato eccellente pittore e miniatore che ottimo religioso, merita per l'una e per l'altra cagione che di lui sia fatta onoratissima memoria.
(Frater Giovanni Angelico da Fiesole, die in de wereld Guido heette, was niet minder een uitstekende schilder en miniaturist dan een uitstekende kloosterling, hij verdient om de een en andere reden dat hij met eervolle herinnering wordt vereerd.)

Zo begint Giorgio Vasari zijn beschrijving van het leven van Fra Angelico die leest als een hagiografie.
Misschien dat dit ook de reden is geweest dat paus Johannes Paulus II op 3 oktober 1982 'Angelicus van Fiesole' zalig heeft verklaard (feestdag 18 februari).
Dat mag gerust een curieuze zaligverklaring worden genoemd, want ze is uitsluitend gebaseerd op deze beschrijving van Vasari uit Le Vite, een werk waarvan (kunst)historici overtuigd zijn dat het niet in alle details nauwkeurig is.
Volgens Vasari zou Fra Angelico nooit hebben deelgenomen aan de gebruikelijke ruzies onder zijn dominicaanse medebroeders en ooit voor een benoeming tot aartsbisschop van Florence hebben bedankt omdat hij zich niet in staat voelde leiding te geven.
Ook over zijn werk als schilder schrijft Vasari niets dan moois over Fra, nooit verzaakte Fra zijn monniksplichten voor zijn liefhebberij, waarvan de opbrengsten zonder mankeren aan het klooster werden afgedragen.
Fra nam ook nooit zijn penselen ter hand dan na een gebed te hebben uitgesproken en nooit schilderde hij een Kruisiging zonder dat de tranen hem over de wangen biggelden.
Het is dan ook geen wonder dat zijn tijdgenoten broeder Giovanni da Fiesole al sierden met adjectieven als beato (zalig) en angelico (engelachtig).
Hij stierf in 1455 op 68-jarige leeftijd.
Monniken worden gewoonlijk begraven in een daarvoor ingericht gedeelte van de kloostertuin, maar Fra Angelico kreeg een graf binnen de kerkmuren van de Santa Maria sopra Minerva in Rome.

Guidalotti-kapel

Het hier afgebeelde veelluik schilderde Fra Angelico rond 1447 voor de Guidalotti- of Sint Nicolaaskapel in de kerk van San Domenico in Perugia.
De drie afbeeldingen van de predella, het onderstuk van dit altaarstuk, werden in de loop der tijden afgesneden en afzonderlijk verhandeld.

Het retabel zelf toont in het midden de Madonna en het Kind met vier engelen, de heiligen Dominicus en Nicolaas van Bari (links), Johannes de Doper en Catharina van Alexandrië (rechts).
Boven deze heiligen zien we een Annunciatie met in twee tondo's Gabriël links en de maagd Maria rechts.
Op de twee zijpijlers zijn nog eens kleine afbeeldingen geschilderd van twaalf heiligen die bijna allemaal een boek als attribuut hebben.
Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat zowel de orde der dominicanen als Benedetto Guidalotti (1388-1429) en zijn zus Elisabetta zich veel bezighielden met wetenschap.

De predella presenteert in drie paneeltjes de verhalen van Sint Nicolaas.
De linker en de middelste hiervan worden bewaard in de Pinacoteca Vaticana.

Voor het polyptiek van Perugia nam Fra Angelica het gotische drieluik als voorbeeld, met veelvuldig gebruik van goud voor de achtergronden.
Hij beweegt zich daarmee op het raakvlak van de middeleeuwen en de renaissance.
Zijn kunst staat aan het begin van de renaissance, maar is nog geheel vrij van hedonisme, praalzucht en sentiment.

Nicolaas

De drie taferelen van de predella schilderen scènes uit het leven van de heilige Nicolaas.
Ze hebben de nederigheid van middeleeuws ambachtswerk en de natuurlijkheid van renaissancekunst.
Hieronder zijn ze afgebeeld.
De nummering verwijst naar de legendes in de bijlage op de algemene pagina over Nicolaas op deze website.

Linkerpaneeltje

Links zien we de geboorte van Nicolaas met de badkuiplegende (#01), in het midden luistert Nicolaas naar de bevlogen prediking van een bisschop.
Deze bisschop is misschien de oom van Nicolaas, maar anachronistisch zou het evengoed Benedetto Guidalotti kunnen zijn die aartsbisschop van Recanati was en de beschermheer van Fra Angelico.
Rechts werpt Nicolaas een beurs met goudstukken door het getraliede venster, bedoeld voor de drie in bed slapende dochters van zijn arme buurman (#02).

Middenpaneeltje

Rechts is bisschop Nicolaas door zeelieden aangeroepen omdat hun schip in grote nood verkeert (#04).
Links beeldt Fra Angelico de graanschepen uit ten tijde van een hongersnood in Myra (#05).

Rechterpaneeltje

Door middel van de grijze muur deelt Fra Angelico dit paneeltje in twee scènes:
Links zien we de legende van de drie ter dood veroordeelde vorsten die door Nicolaas worden gered (#07).
Met de dood van Nicolaas eindigt deze kleine cyclus aan de rechterkant (#08).
De landschappen zijn abstract en de figuren levendig, soms op het ontroerende af: de huilende monnik die bij Nicolaas' sterfbed links vooraan zijn gelaat bedekt.
Fra Angelico (Giovanni da Fiesole) (1387-1455)
Perugia-altaarstuk (1447-1448)
Tempera en goud op paneel
Perugia - Galleria Nazionale dell'Umbria
Rome - Pinacoteca Vaticana (linker- en middenpaneel van de predella)