Paul Verheijen

AGNES




MARIA VAN GELRE

Als een lam

De legende van Agnes gaat terug op twee tradities, een Griekse en een Latijnse.
Die hebben betrekking op twee verschillende martelaren en werden later met elkaar gecombineerd en opgesmukt met tal van details.

De Latijnse overlevering heeft het over een twaalfjarig meisje dat tijdens de christenvervolgingen van Diocletianus omstreeks 305 gekeeld werd.
De Griekse traditie spreekt van een volwassen maagd.
Omdat de vrouw weigerde te offeren aan de godin Vesta, werd ze naakt naar een bordeel gebracht.
Maar God liet haar haren zo lang groeien dat ze haar lichaam helemaal bedekten, en hij stuurde een engel die haar kleedde in een wit gewaad.
Een jongeman die poogde haar te verkrachten, viel dood neer.
Toen de prefect haar over deze onverklaarbare dood ondervroeg, zei Agnes dat ze verdedigd was door een in het wit geklede engel die optrad als haar lijfwacht.
Om haar geloofwaardigheid te vergroten, deed ze een voorbede bij God, waarna de jongeman weer tot leven kwam.
Verder wordt er verteld dat ze in het vuur geworpen werd, maar omdat de vlammen uiteenweken, bleef ze ongedeerd.
Tenslotte sneed men Agnes de keel door.

Het lam is haar voornaamste attribuut.
Haar naam is afgeleid van het Griekse hagnos dat vertaald kan worden met 'vereerd', 'heilig' of 'rein'.
Dit woord heeft een klankovereenkomst met het Latijnse woord agnus, dat 'lam' betekent.

Agnes is daarmee een van de eerste heiligen met een iconografisch attribuut.
Ze wordt gewoonlijk afgebeeld als jonge vrouw met de palmtak van het martelaarschap en met een lammetje aan haar voeten of in haar armen.
Soms is haar lichaam bedekt met lange lokken.



MASIP


2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen