Paul Verheijen

VAN EYCK - LAM GODS

De aanbidding (afbeelding 10)

Het Lam

Het centrale paneel in het onderregister van het geopende veelluik heeft zijn naam gegeven aan het hele retabel.
In een groen landschap met steile horizon speelt zich een hemelse eredienst af rond het Lam Gods, Jezus Christus.
Het altaar staat op een kleine groene hoogte die mogelijk de berg Sion symboliseert.
Op het altaar staat het Lam, rechtop en levend, maar met een wond waaruit bloed neerspuit in een kelk.
In de eucharistie worden op het altaar de dood en verrijzenis van Christus herdacht, zijn zoenoffer voor de mensheid.
Het geheel is een verwijzing naar het Laatste Avondmaal, waaarin Jezus zelf de wijn beschreef als zijn bloed, voor alle mensen vergoten tot vergeving van de zonden.

Na voltooiing van de restauratie van dit paneel in 2020, bleek de grootste verrassing het Lam zelf te betreffen.
In de originele staat was het minder schaapachtig.
Met zijn priemende blik en krullende bek vertoont het menselijke trekken.
Zo'n antropomorfe lamskop heeft niets te maken met onkunde maar met symboliek.
In de Middeleeuwen was het gebruikelijke dat het Lam een vermenselijkt (lees: verchristelijkt) uiterlijk meekreeg.

Engelen

Rond het altaar bewijzen veertien engelen hem eer.

Vier op de achtergrond dragen de Arma Christi.
Van links naar rechts:
- doornenkroon & kruis(opschrift)
- spijkernagels & lans
- spons(stengel) & geselroede
- geselkolom & majoraantak

Twee engelen op de voorgrond zwaaien nogal wild met het wierookvat en de overige acht aanbidden het lam.

Hemelse Jeruzalem

Boven het altaar zweeft de heilige Geest als een duif.
Uit de drievoudige halo spreidt een stralenkrans zich over het hele paneel uit.
Op de achtergrond staan gebouwen die het hemelse Jeruzalem uit het laatste bijbelboek de Apokalyps van Johannes suggereren.
Twee daarvan zijn geïdentificeerd: de domtoren van Utrecht (links boven het Lam) en de Niklaastoren van Gent (geheel rechts).
Van de weelderige plantengroei rond het Lam zijn 42 soorten planten geïdentificeerd.
De weergave hiervan en van de stoffen, edelstenen, metalen, hout en steen laten zien hoe bijna wetenschappelijk analytisch de Gebroeders Van Eyck hun wereld bekeken.

Fontein

Uit de bronzen fonteinkolom spuiten in een marmeren achtkantig bekken twaalf straaltjes water.
Het getal 12 staat symbool voor de twaalf stammen van Israël en de twaalf apostelen, het symboolgetal bij uitstek voor de kerk als volk van God.
En het getal 8 symboliseert pasen, verrijzenis, verlossing, nieuwe schepping, doopsel en eeuwig leven.
Om die reden heeft een baptisterium of doopkapel vaak dezelfde achthoekige vorm.
Het bekken is omgeven door een kleine gracht, waarvan de bodem met edelstenen is bedekt.
Dit alles is wederom een toespeling op de beschrijving van het hemelse Jeruzalem in de Apokalyps.
Op de rand van het waterbekken staat te lezen dat dit de fontein van het water des levens is, ontspringend aan de troon van het Lam.

Groep Eerste Testament

Twaalf geknielde figuren met boeken in de hand worden soms geïdentificeerd als de twaalf kleine profeten uit het Eerste Testament.
Op de eerste rij zouden dan de grote profeten zijn afgebeeld: Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël.
Maar het is ook mogelijk dat er min of meer willekeurige personen zijn afgebeeld uit zowel het Eerste Testament als de klassieke oudheid.
Misschien dat hier wordt uitgebeeld de gehele groep die in de Apokalyps vermeld wordt onder hen die uitverkoren zijn het Lam te eren:
Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam. Luid riepen ze: 'De redding komt van onze God die op de troon zit en van het lam!'.
(Apokalyps 7, 9-10)
Het zijn dan de mensen die Christus niet gekend (kunnen) hebben, maar om hun rechtvaardige leven toch door hem gered zijn.

Groep Tweede Testament

Rechts staat de parallelgroep uit het Tweede Testament: veertien knielende mannen met achter hen in het rood gekleed: drie pausen, zes bisschoppen en twee diakens, plus nog hoofden van twee monniken en voorname leken.
De veertien knielende mannen worden gewoonlijk geïdentificeerd als de twaalf apostelen, aangevuld met Paulus en Barnabas als stichters van de kerk.
De rode kledij van de mannen achter hen wijst erop dat we hier te maken hebben met martelaren.
Te identiferen zijn:
- Stefanus , eerste martelaar van de kerk: hij draagt de stenen die hem executeerden in de plooi van zijn dalmatiek.
- Livinus, patroonheilige van Gent: hij draagt zijn uitgerukte tong in een tang in zijn hand.

Belijders

Achteraan links komt uit de struiken een andere groep christenen in een min of meer hiëarchische volgorde van pausen, bisschoppen (abten?), priesters en monniken (leken?).
Zij hebben de palm van de overwinnig in hun hand, maar hun kledij is niet de rode kleur van het martelaarschap.
Het zijn dus waarschijnlijk de zogenaamde belijders.

Heilige vrouwen

De groep rechtsachter is het meest talrijk en bestaat uit alle vrouwelijke heiligen, zowel martelaressen als belijdsters.
Zij dragen de overwinningspalm in hun hand.
Enkelen onder hen zijn te identificeren:
- Agnes: met het lam
- Barbara: met de toren
- Dorotea: met de bloemenmand
- Ursula: met de pijl
Zowel de mannelijke als vrouwelijke heiligen zijn getooid in rijke gewaden, het teken van hun heerlijkheid.
De Apokalyps schrijft dat deze uitverkorenen in witte gewaden gekleed gaan, maar de Gebroeders van Eyck hebben dit dus picturaal met grote vrijheid geïnterpreteerd.