Paul Verheijen

BARBARA

Roomse Martelaarsboek

Het Roomse Martelaarsboek schrijft voor om te herdenken op 4 december:
Te Nicomedië het lijden van de H.Maagd en Martelares Barbara, die in de vervolging van Maximinus, nadat men haar wreed had uitgehongerd, met fakkels verbrand, de borsten afgesneden en op andere wijze gefolterd had, onder het zwaard de marteldood gestorven is.

Legendarisch

Zoals over zoveel heiligen uit de eerste eeuwen van het Christendom zijn er geen betrouwbare historische feiten bekend over Barbara, die waarschijnlijk leefde aan het begin van de vierde eeuw.
Martelaarsakten en diverse van elkaar verschillende legendes schetsen een wonderlijk beeld van haar.
Haar graf wordt geclaimd door zowel de kerkelijke autoriteiten van de San Sistokerk in Piacenza als het Michaëlsklooster in Kiev.
Haar levensverhaal is historisch zo volstrekt onbetrouwbaar dat zij in 1969 van de heiligenkalender is geschrapt, een lot dat ze deelt met vele andere legendarische volksheiligen.
Opvallend genoeg ontbreekt zij in de Legenda Aurea.
Zou zelfs de schrijver daarvan, Jacobus de Voragine, haar verhaal teveel verzinsel hebben gevonden?
Hieronder de legende zoals ze staat opgetekend in de later geschreven Passional.

Passional



Ten tijde van Keizer Maximianus leefde een zekere Dioscurus. Hij was steenrijk, maar een heiden en afgodendienaar. Hij had slechts één dochter, Barbara. Daar liet hij een toren voor bouwen om haar daarin op te sluiten: dan zouden de mannen haar tenminste niet kunnen zien. Ze was namelijk beeldschoon. Nu zeiden een paar notabelen van die stad tot Dioscurus, dat hij voor haar toch een echtgenoot moest zoeken. Dus klom hij omhoog naar haar toe om haar te zeggen: 'Mijn dochter, een paar meisjes in de stad zeiden mij dat ik je uit moest huwelijken. Wat vind je daarvan?'
Hoogst ongerust antwoordde zij: 'Ach vader, toe, dat heb ik liever niet.'
Toen zijn voorstel op die manier was afgewezen, ging hij weer naar beneden, en zorgde ervoor, dat er een badhuis werd gebouwd over de bron heen waarin de maagd Barbara in het geheim was gedoopt. Hij had namelijk een hele menigte bouwvakkers aangesteld om de bouw snel klaar te hebben. Overal had hij precies van aangewezen, hoe hij het hebben wilde. Hij gaf aan ieder het toekomende loon, en vertrok toen voor lange tijd naar een ver land in den vreemde.

Barbara kwam ook eens naar beneden om de bouw te bekijken. Toen ze zag, dat er op het noorden twee vensters werden aangebracht, vroeg ze aan de bouwlieden: 'Waarom hebben jullie maar twee vensters aangebracht?'
Zij zeiden daarop: 'Omdat je vader ons dat zo heeft opgedragen.'
Ze zei: 'Breng dan nog een derde venster voor me aan.'
Maar zij antwoordden: 'Meesteres, we zijn bang, dat uw vader woedend op ons zal zijn en wij blijven liever gespaard voor zijn woede.'
Barbara stelde hen gerust: 'Doe maar wat ik je zeg; ik zal wel zorgen, dat hij het er mee eens is.'
Zo willigden ze dus haar verzoek in en brachten een derde venster aan. Barbara wandelde nu het hele badhuis door, ook langs de wand op het zuiden, en drukte daar met haar vinger het kostbare teken van het kruis in het marmer. Dat is tot op de huidige dag behouden gebleven tot stichting van al wie het ziet. Toen betrad zij de uitbouw waar het water instroomde, en zei daar een gebed waarin zij vroeg, dat het water zou mogen worden geheiligd. Daar bleef vervolgens een afdruk van haar kostbare voet achter. Toen besteeg ze weer haar toren en kwam zodoende langs de afgodenbeelden die haar vader aanbad. Door de Heilige Geest geraakt spuwde zij ze in het gelaat met de woorden: 'Moge jullie makers op dezelfde manier behandeld worden; en allen die op jullie vertrouwen.'
En ze klom verder naar de bovenste verdieping van haar toren, en daar verwijlde zij in gebed bij de Heer.

Toen de bouw voltooid was, keerde haar vader terug en vroeg aan de bouwlieden: 'Waarom hebben jullie drie vensters aangebracht?'
Ze zeiden: 'Dat heeft uw dochter ons bevolen.'
Daarop riep hij zijn dochter en vroeg: 'Mijn dochter, waarom heb je opdracht gegeven drie vensters te laten aanbrengen?'
Zij antwoordde: 'Daar heb ik goed aan gedaan. Want drie vensters verlíchten alle mensen, terwijl twee vensters de mensen in het duister laten.'
Toen nam haar vader haar mee naar beneden het badhuis in, en vroeg: 'Waarom geven drie vensters meer licht dan twee?'
wees de heilige Barbara op elk venster apart met de woorden: 'Dit hier betekent de Vader, dit de Zoon en dit de Heilige Geest.'
Toen werd haar vader woedend, trok zijn zwaard uit de schede en probeerde haar te doorsteken. Maar de heilige Barbara richtte zich in een gebed tot God, waarop een rots openspleet, haar in zich opnam en ergens boven op een berg weer tevoorschijn bracht.
Daar op die berg waren juist twee herders hun schapen aan het hoeden. Die zagen hoe zij op stenen tot vlak bij hen werd gedragen. Haar vader vond ze en vroeg hun naar zijn dochter. De ene probeerde haar te verbergen en te redden. De ander wees echter in haar richting.
Daarop vervloekte Barbara hem; zijn schapen veranderden onmiddellijk in sprinkhanen. Sindsdien zijn deze diertjes altijd in de buurt van haar graf te vinden geweest tot op de dag van vandaag.
De vader pakte haar beet, sloeg haar met een riem, trok haar aan haar haren van de berg naar beneden en sloot haar op in een armzalige cel. Deze vergrendelde hij met een slot en een ketting, zodat niemand bij haar naar binnen kon; tenslotte stelde hij ook nog een bewaker aan. Toen ging hij haar aangeven bij de stadhouder met de bedoeling dat zij aan de beulen zou worden overgeleverd.
Deze gaf opdracht haar voor zich te laten verschijnen.
Van zijn hoge rechterstoel keek hij op haar neer, en was onder de indruk van haar schoonheid; hij vroeg: 'Je hebt de keus: ofwel je redt jezelf door aan onze goden te offeren, ofwel we leveren je over in de handen van de hardvochtigste beulen die je je maar kunt indenken.'
Zij antwoordde: 'Ik kan alleen maar offers brengen aan mijn Heer Jezus Christus, die hemel en aarde gemaakt heeft en alles wat daarin is. Over jullie afgodsbeelden zegt de psalmist echter: Zij hebben een mond maar praten kunnen ze niet; ze hebben oren, maar horen doen ze niet; ze hebben een neus, maar ruiken? ho maar! Ze hebben handen, maar pakken doen ze je niet; voeten hebben ze, maar verzetten geen stap; ze praten zelfs niet uit hun nek! En wie ze maken, zijn net zo! Precies als al degenen die erin geloven...'
In toorn ontstoken beval nu de stadhouder haar uit te kleden om haar met ossenhaken en vissersgaren toe te takelen. Men ging zo ruw te werk, dat ze al gauw onder het bloed zat.
Vervolgens werd ze weer in haar kerker opgeborgen totdat hij besloten had welke dood zij zou moeten sterven. Maar precies om middernacht omstraalde haar een hemels licht waarin de Heer haar verscheen; Hij zei haar: 'Blijf op mij vertrouwen, Barbara, en wees sterk. Want groot zal de vreugde over jou zijn in de hemel en op de aarde. Wees niet bang voor de dreigementen van die tiran, want ik ben bij je. Ik zal alle wonden helen die zij je toebrengen.'
En op hetzelfde moment waren alle wonden op haar lichaam verdwenen...

De volgende morgen werd zij weer voor de stadhouder geleid. Toen hij zag, dat de martelingen haar in het geheel niet hadden gedeerd, sprak hij: 'Kijk toch eens Barbara, hoe genadig jouw goden je zijn geweest, en hoeveel zij van je houden, want ze hebben al je wonden genezen en geheeld.”
Zij antwoordde hem: 'Uw goden zijn stom en doof en blind, zonder verstand en star. Hoe zouden die mij hebben kunnen helpen. Ze kunnen zichzelf niet eens helpen. Nee degene die mij genezen heeft is Jezus Christus, de Zoon van de levende God; die is u onbekend, omdat de duivel uw hart heeft verhard.'
Daarop gaf de stadhouder brullend als een leeuw het bevel haar te pijnigen en met brandende fakkels te bewerken, en als dat nog niet mocht helpen, haar ondersteboven op te hangen en te slaan tot het bloed haar neus uitkwam.
Maar zij keek op naar de hemel met de woorden: 'U, Jezus Christus, weet wat er omgaat in het verborgene van mijn hart, want u weet alles. Nu ik omwille van U deze martelingen moet ondergaan: verlaat mij niet!'
Intussen beval de stadhouder haar de borsten af te snijden. Maar zij richtte eens te meer haar blikken ten hemel en bad: 'Heer God: U bedekt de hemel met wolken; wil ook mij bedekken met Uw beschutting en bescherming. Nu ze mij naakt hebben uitgekleed: bedek mij; dan kunnen deze schaamteloze kerels mij tenminste niet zien.'
Vervolgens zond de Heer zijn engel en deze bedekte haar met zijn lange witte gewaad. Tenslotte werd ze via de wei weer terug voor de goddeloze stadhouder gebracht. Deze beval haar het hoofd af te slaan. Haar vader - al evenzeer tot razernij gebracht - eiste haar van de stadhouder voor zichzelf op. Hij bracht haar naar de berg.
Terwijl zij daarheen werd gebracht, verlangde zij er naar om de zalige overwinning binnen te halen; ze bad tot God met de woorden: 'Heer Jezus Christus, U hebt hemel boven de aarde uitgespreid; U hebt de aarde gegrondvest en de afgronden afgegrendeld; U hebt de zeeën hun grenzen aangewezen; en U hebt aan de schaduwrijke wolken bevolen, dat ze moesten regenen over goeden en slechten; U hebt over de zee gelopen en de storm gestild. Alles is U onderhorig. Sta mij toe waarom ik nu, als Uw nederige dienares, kom vragen: 'Als iemand in uw naam op de naamdag van uw dienares mij in herinnering roept, wil dan geen acht slaan op al diens eventuele zonden en fouten. U weet zelf, dat wij zwakke mensen zijn...''
Toen klonk daar de stem van de Heer: 'Kom maar hier, mijn liefje, mijn schoonheid. Rust nu maar uit in de vertrekken van je Vader die in de hemel is. En wat je zojuist vroeg: dat zal ik doen.'
Op dat moment was ze aangekomen op de plaats van haar marteldood. Door haar eigen vader werd ze onthoofd, tezamen met de heilige Juliana die op dezelfde plaats door dezelfde Dioscurus omwille van hetzelfde geloof dezelfde marteldood onderging. Om haar lijk werd gevraagd door een zekere Valentinus; hij zette haar bij in een klein huisje in de stad Soli.
Vele heiligen verkondigen haar roem. Toen haar vader van de berg afdaalde, viel er vuur uit de hemel boven op hem; hij verbrandde meteen zodat er alleen een klein hoopje as van hem overbleef.
Dit alles geschiedde tijdens de regering van keizer Maximianus en tijdens het bewind van stadhouder Marcianus op 4 december.

Huishoudster

In Limburg heet Barbara Sinte-Berb en is ze de vrouw(!) of de huishoudster van Sint Nicolaas.
Daar kregen de kinderen – in de vroeg twintigste eeuw – geen snoep in de schoen, maar zij vroegen dit aan Sint Barbara.
De connectie tussen Barbara en Sinterklaas ligt voor de hand: ook Nicolaas is een heilige uit de vierde eeuw uit Klein-Azië en Barbara's naamdag wordt gevierd op de dag voor pakjesavond.
Op 4 december deelde men in Limburg geschenken uit.
In Zuid-Limburg was het feest van Barbara, als patrones van de mijnwerkers, een van de belangrijkste feestdagen van het jaar en lange tijd een vrije dag.
Met de sluiting van de mijnen kwam daar een einde aan.

Godin

Barbara is te beschouwen als de gekerstende versie van een heidense godin.
Veel godinnen uit de klassieke oudheid droegen ook een zogenaamde muurkroon, een kroon gemodelleerd naar een fort of kasteel.
Tychè, de godin van het lot, droeg bijvoorbeeld zo'n muurkroon.
Deze toren stond voor haar functie als beschermster van een stad.
Ook in de Nicolaasstad Myra werd zij vereerd.
Het Griekse barbaros betekent 'onbegrijpelijk sprekend', 'vreemd(eling)', 'buitenlands', 'ruw' of 'onbeschaafd'.
De naam Barbara was dus een voor de hand liggende naam voor de godin van een vreemd 'barbaars' volk, waarvan de Romeinen de taal niet konden verstaan ('rabarberrabarberrabarber').

Patronaten

Barbara is een van de veertien noodhelpers en patrones van talloze beroepen die min of meer in verband gebracht werden met haar legende.
Vanwege de toren waarin ze werd opgesloten, houdt het gros van deze beroepen verband met de bouw en een ander groot deel met de beeldmisvatting dat de toren een kanon zou zijn.
Alfabetisch gerangschikt zijn dat architecten, artilleristen (de kruitkamer van een Italiaans oorlogsschip heet santabarbara), beiaardiers, bouwvakkers, brandweerlieden (vanwege haar vaders levenseinde), dakdekkers, doodgravers, gevangenen, kanonniers, klokkenluiders en -gieters, koks, metaalgieters, metselaars, mijnwerkers (vanwege de zich openende rots), ontmijners, schutters, soldaten, steenhouwers, timmerlieden, vuurwerkmakers, wapenmakers en alle gevaarlijke beroepen.
Barbara heet in het Frans Barbe, hetgeen (sikkel)baard betekent, ook van geiten.
Dit geitenhaar werd gebruikt om er hoeden van te maken en zo werd Barbara ook patrones van hoedenmakers.

Barbara beschermt begrafenisverenigingen, kerkhoven, vestingwerken, metrostations en torens.
Bovendien kan ze worden aangeroepen tegen koorts, pest, brand, bliksem, vuur, storm, een plotselinge dood en onboetvaardigheid en voor een gelukkig stervensuur.
In de adventstijd viert de katholieke kerk vijf 'wijze maagden' die beschouwd kunnen worden als een 'martelaar'-invulling van de wijze maagden uit de parabel van de tien wijze en dwaze maagden die Jezus vertelt in het Evangelie volgens Matteüs
Naast Barbara zijn dat Bibiana van Rome (2 december), Eulalia van Merida (10 december), Lucia van Syracuse (op 13 december) en Odilia van Odilienberg (13 december).

Attributen

- Palmtak of Pauwenveren (de gesel van haar vader)
- Zwaard
- Toren (met drie ramen)
- Kanon(skogel) (verkeerde interpretatie van de toren)
- Krans van rozen / Kroon
- Kelk en / of Hostie
- Vader vertrapt onder haar voeten
- Bliksem
- Toorts