Paul Verheijen

AARTSENGELEN



GABRIËL


Gabriël, de engel die voor God staat (Lucas 1,19), komt zowel in het Eerste als Tweede Testament voor.
Zijn naam betekent sterke van God.
In het boek Daniël brengt hij goddelijke openbaringen aan de profeet over (Daniël 8,16-26 en 9,21-27).
Volgens laat-joodse geschriften was hij een van de hoogste engelen.
In het Tweede Testament treedt hij op als aanzegger van het begin van de messiaanse tijd door de geboorte van Johannes de Doper bij Zacharias en die van Jezus bij Maria aan te kondigen (Lucas 1,11-20 en 26-38).


MICHAËL


Michaël, de eerste en hoogste van de aartsengelen, komt in het Eerste Testament alleen voor in het boek Daniël (10,3 en 21 en 12,1), waar hij vorst wordt genoemd en optreedt als hemelse beschermer van Israël tegen bedreigende, aardse machthebbers.
Zijn naam betekent wie is als God.
In veel joodse apocriefe geschriften staan uitgebreide details over zijn status en functies, onder meer die van hemelse sleutelbewaarder en archistratègos, oppergeneraal.
Deze rol speelt hij ook in het Tweede Testament, waarin hij in de eindtijd met succes het hemelse leger aanvoert in de strijd tegen de Draak en zijn engelen (Apokalyps 12,7-12).
Een joodse legende vertelt over een strijd tussen Michaël met de duivel om het bezit van het dode lichaam van Mozes.\

RAFAËL


Rafaël wordt in het Eerste Testament alleen in het boek Tobit vermeld.
Zijn naam betekent God heeft genezen.
In het apokriefe Boek van Henoch gold hij als een van de vier aartsengelen en genezer van wonden en ziekten.
Rafaël ontbreekt in het Tweede Testament.

TOBIT


2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen