Paul Verheijen

TRINITEIT


Absoluut mysterie

Triniteit is een niet-bijbelse maar theologische term die gebruikt wordt voor een van de geloofsmysteries van het Christendom.
Kenmerk van zo'n mysterium absolutum is dat het zonder openbaring niet gekend kan worden en voor ons sterfelijke verstand niet inzichtelijk te maken is.

Kern van het mysterie is dat God één natuur is in drie personen.
Deze drie personen zijn God zelf, Christus en de heilige Geest.
Een duif schilderen als symbool voor de heilige Geest, gaat terug tot de evangelieverhalen over Jezus' doop, waar de geest van God neerdaalt in de gedaante van een duif (Matteüs 3,16; Marcus 1,10; Lucas 3,22 en Johannes 1,32).
En dit beeld is op zijn beurt weer terug te voeren tot rabbijnen die zich voorstelden dat de geest van God die bij de schepping zweefde over de wateren (Genesis 1,2) wel een duif zou moeten zijn.
De Triniteitsleer is vanaf de late oudheid en de vroege middeleeuwen tot heden onderwerp van al dan niet hevige theologische strijd.



MASACCIO

Bijbel

De term Triniteit of een theologie daarover komt niet in de bijbel voor.
Wel bevatten zowel het Eerste als het Tweede Testament aanwijzingen en formuleringen over (de goddelijkheid van) de Vader, de Zoon en de Heilige Geest die het mogelijk hebben gemaakt dat er later een Triniteitstheologie kon worden ontwikkeld.
Vooral kerkvader Augustinus speelde daarbij een belangrijke rol.
Uit het Eerste Testament werden teksten geciteerd waar gesproken wordt over engel, woord, geest, wijsheid of de aanwezigheid van God.
In trek waren teksten waar God over zichzelf in het meervoud spreekt en in het bijzonder de uitroep van de serafs Heilig, heilig, heilig is de Heer van de machten, die in de liturgie in het zogenaamde Trisagion of Sanctus werd overgenomen.
(Genesis 1,26; Genesis 11,7; Jesaja 6,3)

De verschijning van JHWH, in de gedaante van drie mannen, aan Abraham werd veelvuldig als aanwijzing voor een Triniteit aangemerkt.
Men spreekt hier dan over de Oudtestamentische Triniteit.
(Genesis 18,1-15)

De vroegste formulering in het Tweede Testament die een aanwijzing werd voor het concept van de Triniteit is de slotzin van de tweede brief van Paulus aan de christenen in Korinte:
De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen.
(2 Korintiërs 13,13)

Elders bij Paulus worden gaven in een stijgende opbouw toegeschreven aan de Geest, de Heer en God en spreekt hij in een loflied over Vader, Zoon en Geest naast en boven elkaar.
Zeer invloedrijk tenslotte werd de doopformule in Matteüs 28,19 in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
(1 Korintiërs 12,3-6; Efeziërs 1,3-14; Matteüs 28,19)G

Hier wil ik kort het zogenaamde Comma Ioanneum aanstippen, een latere toevoeging in de eerste brief van Johannes, waarin staat:
Want Drie zijn er, Die getuigen in de hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn één. En drie zijn er, die getuigen op de aarde, de Geest, en het water, en het bloed; en die drie zijn tot één.
(1 Johannes 5,7-8 in de Statenvertaling)

Inmiddels is overtuigend aangetoond dat deze toevoeging komt uit een commentaar van Cyprianus, die vervolgens in de Vulgaat, de Latijnse bijbelvertaling terechtkwam.
Of dit bewijs een staakt-het-vuren betekent voor de theologische strijd over de Triniteit, staat te bezien.



CRANACH

Driehoek, Triade en Genadestoel

Sinds het begin van het christendom hebben kunstenaars gepoogd de Triniteit uit te beelden.
In eerste instantie gebruikten ze symbolen als de driehoek of voorstellingen van de hand van de Vader die uit de wolken komt, Christus als levende mens en de Geest als een duif.
Vervolgens ontstond de zogenaamde triadische Triniteit, waarin de drie goddelijke personen afgebeeld worden als drie bijna identieke figuren met dezelfde kleding en attributen, waarbij alleen de gezichten verschillen: God de Vader wat ouder en met een baard.
In de westerse kerk werd de iconografie van de Genadestoel een belangrijke voorstelling.
God de Vader is op een troon gezeten en houdt de gestorven Christus vast, terwijl de heilige Geest in de vorm van een duif bij hen aanwezig is.
De Genadestoel blijft tot diep in de 16e eeuw, de meest populaire afbeelding van de Triniteit.
Naar verluidt duikt de term voor het eerst op in de bijbelvertaling van Luther, maar in totaal ander verband.
Luther gebruikte Gnadenstuhl als vertaling voor het Hebreeuwse woord kapporeth, de dekplaat of het verzoendeksel van de Ark van het Verbond.
(Exodus 25,17)



SANGUINO

Augustinus en het kind met schepje

Augustinus' leer van het beeld van de Triniteit is gebaseerd op Gen 1,26-27 waarin staat dat de mens werd geschapen naar het beeld van God.
Met imago dei bedoelt de kerkvader de geest of het intellect als het hoogste deel van de ziel, dat het meest op God lijkt.
Dit gebied is immaterieel en het meest zuivere deel van de ziel, waar een opening gemaakt kan worden naar het goddelijke Licht.
Omdat er in Gen 1,26 staat: Laten wij de mens maken..., stelde Augustinus dat er een zeker meervoud in Gods wezen bestaat: een meervoud dat een heilige eenheid vormt.
De kerkvader zag zijn begrip van God steeds meer als trinitas als synoniem met God.
Hij wilde hiermee benadrukken dat niet alleen maar God de Vader of de Zoon als Schepper betrokken waren bij de scheppingsdaad, maar de Triniteit als geheel, dus inclusief de Heilige Geest.

Deze opvatting heeft Augustinus volledig uitgewerkt in zijn meesteroeuvre De Trinitate, geschreven eind 4e, begin 5e eeuw.
Zo'n acht eeuwen later wordt een al bestaande legende toegepast op Augustinus.
Een zeker iemand maakt en wandeling langs het strand en ziet dat hij met zijn schepje de zee wilde leegscheppen.
Hij zegt tegen het kind dat dit onbegonnen werk is, waarop het kind hem antwoordt dat dit karwei eerder klaar zal zijn, dan dat de wandelaar erin zal slagen het wezen van de Triniteit uit te leggen.
De anonieme wandelaar werd toegepast op Augustinus en zo kreeg deze kerkvader in de kunst dit kind met schepje als attribuut.



KULMBACH


2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen