Paul Verheijen

CAECILIA


VAN EYCK

Romantische heilige

In het Martyrologium Romanum uit de vijfde eeuw staat Caecilia twee keer genoemd, op 16 september 1 en 22 november 2.
Rond deze schaarse al dan niet historische feiten werd in de achtste eeuw een religieus breviergebed geschreven dat zeer geliefd werd en door Jacobus de Voragine in zijn Legenda Aurea nog verder werd uitgesponnen.
Die legende druipt van de romantiek en leest als een lofzang op ascetische maagdelijkheid (zelfs binnen het huwelijk), op bekeringsdrift en op bovenmenselijk uithoudingsvermogen.
Zoals zo vaak gaat fictie dan feit verdringen.

Legenda Aurea

Kort samengevat wordt Caecilia in deze Legenda Aurea als volgt beschreven.
Ze was een vrouw uit een adelijk geslacht.
Op de dag dat ze in het huwelijk trad met de Romeinse jongeman Valerianus droeg ze een kostbaar gouden gewaad, maar daaronder een haren hemd.
De Voragine schrijft dan de passage die in de verdere traditie vanwege het Latijn tot een bizar misverstand heeft geleid:

Et cantantibus organis illa in corde soli domino decantabat dicens: fiat, domine, cor meum et corpus meum immaculatem, ut non confundar.
(en terwijl de instrumenten speelden, verheerlijkte zij in haar hart alleen de Heer terwijl ze zei: laat, Heer, mijn hart en mijn lichaam onbevlekt blijven, opdat ik niet beschaamd word.)
Caecilia keerde de heidense muziek dus de rug toe, omdat ze geheel en al in beslag werd genomen door het aanbieden van haar maagdelijkheid aan Christus.

In de huwelijksnacht vertelde ze Valerianus dat een engel haar maagdelijkheid voortdurend beschermt.
Valerianus wilde die engel natuurlijk wel eens zien.
Caecilia zei dat dit alleen kon als hij zich ook christelijk liet dopen.
Valerianus voldeed aan die eis en ging vervolgens naar Caecilia die in haar kamer met de engel zat te praten.
De engel overhandigde het bruidspaar twee kransen, een van rozen en een van lelies, afkomstig uit het paradijs, waarvan de geur nooit zou verdwijnen.
Valerianus was zo onder de indruk van dit alles dat hij zijn enige broer Tiburtius ook tot het christendom bekeerde.
Nadat de beide broers op hun beurt een hoge officier hadden bekeerd, liet stadsprefect Almachius hen onthoofden.
Caecilia begroef hun lichamen heimelijk en werd daarom opgepakt en gedwongen aan de afgoden te offeren.
Dat weigerde zij uiteraard.
Woedend liet Almachius haar dag en nacht in haar huis in een kokend bad branden, maar Caecilia ervoer het als een koel bad en zweette zelfs geen druppel.
Daarom beviel Almachius haar in het bad te onthoofden.
Een beul sloeg Caecilia drie keer met volle kracht in de hals, maar kreeg het hoofd niet van de romp gescheiden.
Volgens de wet mocht er geen vierde keer geslagen worden en zo bleef Caecilia halfdood achter.
In de drie dagen die zij daarna nog leefde, schonk zij haar paleis aan de kerk.
Tot zover De Voragine.

NICOLAS POUSSIN

Relieken en patronaat

De relieken van Caecilia worden na haar dood zo uitbundig verspreid dat hieruit makkelijk meer dan één Caecilia kan worden samengesteld.
Het bekendst zijn de relieken die verblijven in de Santa Cecilia in Rome, gebouwd op de fundamenten van haar paleis.

Tamelijk dubieuze en elkaar tegensprekende bronnen meldden dat paus Paschalis I in de 9de eeuw daar bij een restauratie het lijk vond van een jonge vrouw, nog volkomen intact, liggend op haar rechterzij, gehuld in een lang gewaad met goudbrokaat.
De hals vertoonde een diepe wond, de kleding bloedsporen.
Ze stak drie vingers van haar rechterhand en één vinger van haar linkerhand uit, waarmee zij zou verwijzen naar haar geloof in de goddelijke Drieëenheid.
Het sprak voor zich dat deze vrouw Caecilia moest zijn.
De beeldhouwer Maderno heeft haar begin 17de eeuw in deze kerk precies in deze houding in marmer vereeuwigd.

Caecilia werd patroon van de (kerk)muziek, -muzikanten en -koren.
Dat is zij geworden door een foutieve interpretatie van het bovenvermelde citaat uit de Legenda Aurea, waarbij organis gelezen werd als orgel.
Dat Caecilia totaal niets met deze muziek (orgel of niet) te maken wilde hebben, werd daarbij gemakshalve over het hoofd gezien.
In sommige bronnen werd Caecilia zelfs de uitvinder van het orgel.
Fraai te zien hoe een legende zich kan ontwikkelen.
Caecilia draait zich om in haar graf.

Het orgel werd vervolgens het attribuut waaraan zij is te herkennen.
Op haar kerkelijke feestdag (22 november) werden in de loop der eeuwen vele cantates en missen gecomponeerd, waarvan ik slechts de Ode for St Cecilia's Day van Handel vermeld (HWV 76).

Attributen

- voorname kledij
- palmtak
- zwaard
- boek
- kroon van rozen en lelies
- met een muziekinstrument, meestal een orgel
- valk
- engelen
- verloofde
- stoomketel
- met drie, resp. één uitgestrekte vinger
- wond in nek of hals
Noten

(1) Romae item natalis sanctae Caeciliae, Virginis et Martyris, quae sponsum suum Valerianum et fratrem ejus Tiburtium ad credendum in Christum perduxit, et ad martyrium incitavit.
Hanc Almachius, Urbis Praefectus, post eorum martyrium teneri, atque illustri passione, post ignem superatum, fecit gladio consummari, tempore Marci Aurelii Severi Alexandri Imperatoris.
Ejus vero festum recolitur decimo Kalendas Decembris.

Te Rome de geboorte van de heilige Caecilia, maagd en martelares, die haar echtgenoot Valerianus en diens broer Tiburtius tot geloof in Christus bracht, en tot het martelaarschap aanspoorde.
Toen deze gemarteld waren, liet Almachius, stadsprefect, haar aanhouden en haar, nadat zij de foltering met vuur doorstaan had, in een roemvol martelaarschap met het zwaard ombrengen ten tijde van Marcus Aurelius Severus Alexander, keizer.
Haar feest viert men echter de 22ste november.

(2) Sanctae Caeciliae, Virginis et Martyris, quae ad caelestem Sponsum, proprio sanguine purpurata, transivit sextodecimo Kalendas Octobris.
De heilige Caecilia, maagd en martelares, die overging naar haar hemelse Bruidegom, getooid met het purper van haar eigen bloed, op de 16de september.

2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen