Paul Verheijen

CATERINA VAN SIENA

Bruidsmystiek

Caterina van Siena werd in 1347 in deze stad geboren.
Zij was het voorlaatste van 25 kinderen van een textielverver, Jacopo Benincasa, en diens vrouw Lapa Piagenti.
In het sterk op het openbare leven gerichte en politiek geengageerde gezin viel het meisje van jongsaf op door haar levenshouding.
Zij was uitermate vroom, mooi, eigenzinnig en vastberaden en zij ontving visioenen.
Ze droomde ervan zich als man te verkleden en dominicaan te worden en meer dan eens rende ze naar buiten om de grond te kussen waar dominicanen hadden gelopen.
Pogingen van haar moeder om haar uit te huwelijken wees zij af, gegrepen als zij was door het ideaal van de vroegchristelijke asceten: de 'bruidsmystiek', een exclusieve, spirituele en visionaire relatie tot Christus.
Om te voorkomen dat nog meer huwelijkskandidaten op de proppen kwamen, scheerde zij haar lange blonde haarlokken af.
Moeder Lapa ontsloeg daarop haar dienstmeid en liet Caterina dit werk doen.

Het 'mystieke' huwelijk heeft zij gemeen met vele heilige maagden uit de begintijd van het christendom, onder wie Catharina van Alexandrië.
Het is niet verwonderlijk dat onder de vele heiligen die zijn verschenen aan Caterina ook een verschijning van Catharina van Alexandrië heeft plaatsgevonden om haar met Christus te verloven.
De verlovingsring - door Christus zelf om haar vinger gestoken - bleef steeds aan haar vinger, maar was alleen door haar zelf te zien.
Om naamsverwarring te voorkomen heten beide heiligen op deze website Catharina (van Alexenadrië) en Caterina (van Siena).

Derde orde

Toen Caterina 16 jaar was sloot zij zich aan bij de derde orde van Dominicus, de mantellate, zo genoemd naar de zwarte mantels die zij over een wit onderkleed droegen.
Kloosterordes zijn soms verdeeld in drie ordes: de eerste orde bestaat uit mannen, de tweede orde wordt gevormd door vrouwen.
De derde orde wordt gevormd door niet-gewijde gelovigen - kunnen ook leken zijn - die tertiarissen worden genoemd.
De derde orde wordt verdeeld in een reguliere en een seculiere tak.
Reguliere derde-ordeleden leven in conventen en leggen geloften af (de 'derde regel"), die echter minder streng zijn dan die van de eerste en tweede orde.
Leden van een seculiere derde orde leven in de wereld en leggen in het algemeen ook een plechtige belofte af, maar geen kloostergeloften.
Als seculiere tertiaris kon Caterina zich wijden aan mystiek gebed, armen- en ziekenzorg en andere sociale activiteiten.

Concurrerende stigmata

Caterina schreef een ruim 360 bewaard gebleven brieven die soms aan drie secretaressen tegelijk waren gedicteerd, geschreven in vaak zeer felle en fraaie taal, alsmede een Libro della divina provvidenza, meestal kortweg Dialogo genoemd.
Daarin ontvouwt zij haar Christus-bruidsmystiek, fundament van haar vroomheid en later ook van haar (kerk)politieke activiteiten.
Na de dood van haar zusje besloot Caterina op aanwijzing van haar Bruidegom rond haar 25ste jaar vrijwel te stoppen met eten.
Deze heilige anorexia zorgde voor visioenen.
Toen zij eens haar kleed aan een arme had gegeven, kreeg zij een hemels kleed daarvoor van haar hemelse Bruidegom terug, waarna ze het nooit meer koud had.
Van hem ontving zij de ring als teken van intiemste vereniging.
Christus ruilde met haar zijn hart en — toen hij haar voor de keuze stelde tussen een gouden kroon of een kroon van doornen — koos zij, om aan hem gelijkvormig te zijn, de laatste.
Van hem ontving zij niet alleen troost en zelfs de communie (afbeelding rechts), maar volgens haar dominicaner biechtvader - opgeschreven in de Legenda Maior - in een kapel te Pisa ook de stigmata, Christus' kruiswonden in haar lichaam (afbeelding links):
Toen flitsten er vijf bloedrode stralen uit zijn heilige littekens en troffen mij midden in mijn hart en op mijn handen en voeten. En ik schreeuwde het uit: Mijn Heer en mijn God, laat niemand deze wonden aan mij zien, daarom smeek ik U!.

Boze tongen beweren dat de dominicanen haar stigmatisatie bedacht hebben om te kunnen concurreren met de franciscanen die met hun Franciscus natuurlijk een zeer beroemde gestigmatiseerde in huis hadden.
Het was haar liefde tot Christus, die haar inzet als verzorgster bij het uitbreken van de pest in 1374 mogelijk maakte tot zij er zelf door besmet raakte.

Kerkelijke janboel

In de 14e eeuw bereikte de wereldlijke macht van het pausschap zijn hoogtepunt.
Bonifatius VIII meende onbeperkt zijn politieke wil op te kunnen leggen aan vorsten, landen en steden.
Politieke verwikkelingen te Rome dwongen Bonifatius' opvolgers hun zetel in 1309 naar Avignon te verplaatsen, waar zich een nieuw kerkelijk centrum ontwikkelde.
Bijna zeventig jaar bevonden paus en curie zich daar, onder bescherming maar ook in de macht van de Franse koningen.
Caterina zette zich in — reizend, schrijvend, bemiddelend — de paus te bewegen naar Rome terug te keren en spoorde door gesprekken en brieven velen ertoe aan in de Kerk de gewenste hervormingen door te voeren.
Toen Gregorius XI in 1376 inderdaad — ondanks Italiaans verzet en dreigementen een tegenpaus te kiezen — naar Rome terugging, was het wederom aan Caterina te danken dat er op dat moment nog geen schisma uitbrak.
Na de dood van Gregorius werd op een bizar conclaaf paus Urbanus VI gekozen.
Vanwege de door deze paus al te drastisch doorgevoerde hervormingen kozen Romeinse kardinalen nauwelijks een half jaar later toch een tegenpaus.
Caterina vertrok naar Rome en beijverde zich om de aanhang van Urbanus onder vorsten, bisschoppen en kardinalen te steunen en te vergroten.
Het debacle van het Westers Schisma, dat onder meer resulteerde in twee of soms drie pausen tegelijkertijd, maakte Caterina slechts kort mee.
Zij stierf op 29 april 1380 te Rome, 33 jaren oud, een leeftijd die tot nadenken stemt.
29 april werd ook haar liturgische feestdag.
Haar graf bevindt zich onder het hoofdaltaar van de Santa Maria sopra Minerva aldaar.
Haar hoofd schijnt zich echter te bevinden in haar tot kapel omgebouwde geboortehuis in Siena, danwel in de San Domenicokerk aldaar.

Eretitels

Caterina werd in 1461 heilig verklaard door de dominicaner paus Pius II, in 1866 uitgeroepen tot tweede patroon van Rome en in 1939, onder de dreiging van de Tweede Wereldoorlog, met Franciscus tot beschermster van heel Italie, en in 1970 tenslotte verhief men haar tot doctor ecclesiae (kerklerares).
Zij werd de patrones van stervenden en wasvrouwen; men riep haar aan bij hoofdpijn en bij de pest.
Voor de ontwikkeling van het Italiaans waren haar geschriften van groot belang.
Haar attributen zijn doornenkroon, kruis, lelie, boek of vlammend hart, soms een doodshoofd.
Zij wordt afgebeeld in het ordegewaad der dominicanessen (wit kleed, zwarte mantel), vaak met de stigmata in handen en voeten.

Rosa de Lima

Een bijna kopie van het leven van Caterina is dat van Isabella de Flores y Olivia (1586-1617) die in Lima (Peru) woonde en nu bekend is als de dominicanes Rosa de Lima.
Ongeveer een halve eeuw na haar dood schreef ordegenoot Leonardo Hansen haar hagiografie Vita Sanctae Rosae.
Wat hij over haar vertelt, past geheel in het sjabloon van legendarische hagiografieën over vele andere gecanoniseerde maagden.
Elementen daarin zouden wij tegenwoordig betitelen als masochisme en automutilatie en dringend zouden wij psychiatrische zorg aanbevolen hebben voor deze maagden.

Op 12 april 1671 werd ze heiligverklaard en bij de erbij horende plechtigheid werd het hier afgebeelde canonisatieportret getoond (zie de algemene informatie bij de heiligen).
Het werd geschilderd door Lazzaro Baldi (1623-1703) en hangt tegenwoordig in de aan deze eerste heilige uit Zuid-Amerika gewijde kapel in de dominicanerkerk Santa Maria sopra Minerva in Rome.
Let ook op de stereotiepe uitbeeldingen van 'inheemse' gelovigen links (zwart) en rechts (indianenveren).
Haar feestdag op de kerkelijke kalender is 23 augustus.