Paul Verheijen


Home

Menu

Expo

Mail

Info

Bestel

Zoek

TAPIJT KATHEDRAAL GIRONA

Geborduurde schepping



[mouseover-afbeelding]

Foute naam

El Tapís de la Creació, het tapijt van de schepping, dateert uit de tweede helft van de 11de of op zijn laatst begin 12de eeuw en is daarmee een van de oudste voorbeelden van kostbaar handwerk in middeleeuws Europa.
Het helaas nu incomplete werk hangt in de achterste van de vier kapittelruimtes in het kloostergedeelte (nu ingericht als museum) van de Kathedraal van Girona in het Spaanse Catalonië.
De naam is eigenlijk foutief, het betreft namelijk een borduurwerk.
Het werk is incompleet, aan de randen flink beschadigd en uiterst kwetsbaar.
In 1952 is het gerestaureerd.
Door middel van led-verlichting wordt het achter glas tentoongesteld.

Hypothese

Het 'tapijt' meet nu 3.65 bij 4.70 meter groot en beeldt voornamelijk het bijbelse scheppingsverhaal uit Genesis 1 en 2 af.
Men veronderstelt dat het werk oorspronkelijk bestond uit drie delen.
Het bovenste deel had als onderwerp De Schepping, het middendeel de Legende van de Vinding van het Ware Kruis en het onderste deel de pendant van de schepping, namelijk De Apokalyps.
Wat we nu te zien krijgen is dus slechts het bovendeel over de schepping en een gerafeld randje met felrode ondergrond van de bovenkant van het middendeel.

Dergelijke decoratieve werken zijn zeldzaam in de huidige kerken, maar kwamen veelvuldig voor in Romaanse kerken van de 11de en 12de eeuw.
Als we bedenken dat een van de altaren in de kathedraal gewijd was aan het Heilig Kruis, dan ligt de veronderstelling voor de hand dat het diende ter versiering van dit altaar.

Buitenste ring

De schepping is uitgebeeld in de grote centrale cirkel.
In de buitenste ring staan drie tekstfragmenten uit de Vulgaat (Latijnse vertaling) van het eerste hoofdstuk van Genesis geschreven.
Wegens gebrek aan ruimte zijn sommige woorden afgekort. Voluit luidt de tekst:

IN PRINCIPIO CREAVIT DEUS CELUM ET TERRAM
MARE ET OMNIA QUA IN EIS SUNT
ET VIDIT DEUS CUNCTA QUE FECERAT ET ERANT VALDE BONA

In het begin schiep God de hemel en aarde
(Genesis 1,1)
zee en alles dat daarin/daarop is
(samengevat Genesis 1,9-30)
en God zag alles dat hij gemaakt had en het was zeer goed
(Genesis 1,31a)



De hoeken

In de vier hoeken grenzend aan de cirkel zien we
Afb 14: Noorderwind: SEPTENTRIO linksboven
Afb 15: Oosterwind: SUBSOLANUS rechtsboven
Afb 16: Zuiderwind: AUSTER rechtsonder
Afb 17: Westerwind: CEPHIRUS linksonder
Dit iconografische model is tamelijk uniek in Romaanse kunst.

Centrum

Afb 26: In het centrum is het beeld van een baardloze Schepper als Christus Pantokrator met rondom hem de tekst:
DIXIT QUOQUE DEUS FIAT LUX ET FACTA EST LUX
(En God zei er moet licht zijn en er was licht, Genesis 1,3).
Het boek in zijn hand vermeldt SANCTUS DEUS (Heilige God) en op schouderhoogte de tekst REX FORTIS (Sterke Koning), mogelijk een verwijzing naar Psalm 24 (23),8. De letter F is geborduurd als een E.


Acht afbeeldingen daaromheen tonen met de klok mee:
Afb 18: Geest Gods zweeft over de wateren in de gedaante van een duif: ET FEREBATUR SUB AQUAS (Genesis 1,2b)
Afb 19: Engel van het licht: LUX (Genesis 1,3)
Afb 21: Scheiding van de wateren en schepping zon en maan: UBI DIVIDAT DEUS AQUAS AB AQUIS (Genesis 1,6b) met in de cirkel de woorden SOL, LUNA en FIRMAMENTUM (Genesis 1,16-17).
Afb 22: Adam vindt zijns gelijke niet: ADAM NON INVENIEBATUR SIMILEM SIBI (Genesis 2,20b)
Op de knieën van Adam zien we een swastika, een oeroud welzijnssymbool dat niet veel wordt gebruikt binnen het christendom. Waar het hakenkruis wél wordt toegepast is het meestal puur als decoratie en heeft het dus gewoonlijk geen expliciete religieuze betekenis, hoogstens als symbool van geluk.
Afb 23: Vogels en zeedieren: VOLATILIA CELI MARE (Genesis 1,20-21)
Afb 24: Schepping van Eva uit een rib van Adam: INMISIT DOMINUS SOPOREM IN ADAM ET TULIT UNAM DE COSTIS EIUS (Genesis 2,21)
De zonde van Adam en Eva wordt verondersteld in de aanwezigheid van twee bomen, de boom van de kennis van goed en kwaad en de boom van het leven.
Het bijschrift bij de rechterboom luidt lignum pomiferum, letterlijk de vruchtboom.
Omdat het Latijnse pomum ook appel kan betekenen, eet Eva in de traditie dus van een appel.
Afb 25: Schepping van het uitspansel: FECIT DEUS FIRMAMENTUM IN MEDIO AQUARUM (Genesis 1,6)
Afb 20: Duisternis lag over de diepte: TENEBRAE ERANT SUPER FACIEM ABYSSI (Genesis 1,2a)

Men heeft meer gelet op de symmetrie van de cirkel dan op de volgorde van de scheppingsdagen.
Opvallend zijn de verschillende dieren, of realistisch of fantastisch voorgesteld, vooral de zeedieren.

De bovenrand

De randen zijn voorzien van bijbelse figuren (nog twee te zien), twee rivieren van het Paradijs (de andere twee zijn verloren geraakt), de vier jaargetijden, de maanden van het jaar en de dagen van de week (waarvan slechts de eerste twee bewaard zijn gebleven).
De maanden worden voorgesteld door het werk dat in die maand gedaan moet worden.

Op de bovenste rij van links naar rechts:
Afb 01: de paradijsrivier Gichon: GEON
Afb 02: en daarnaast een figuur die de bijbelse Simson voorstelt.
We zien namelijk dat hij een ezelskinnebak opheft waarmee hij duizend Filistijnen om zeep helpt (zie Rechters 15,15-17).
Verder draagt hij kleren over zijn arm die verwijzen naar het doodslaan van 30 mannen omdat Simson hun kleren moet hebben om een verloren raadselweddenschap in te lossen (zie Rechters 14,12-20).
Afb 03: Zomer: AESTAS
Afb 04: Herfst: AUTUMNUS
Afb 05: Het jaar: ANNUS
Afb 06: Winter
Afb 07: Lente
Afb 08: nog een bijbelse figuur
en een fragment van een andere paradijsrivier, de Pison (?)

Als identificatie van de tweede bijbelse figuur meldt mijn schriftelijke bron (zie onder) dat het Abel is en de internetsite van de kathedraal dat het mogelijk Kaïn is.
Zelf denk ik dat het geen van beiden is en dat het - gezien de symmetrie van het werk - opnieuw Simson is.
De afgebeelde persoon kan namelijk een fakkel en een vos in zijn handen hebben.
Dit verwijst dan naar nog zo'n heldendaad van deze Simson tegen de Filistijnen: hij vangt 300 vossen, bindt die twee aan twee met de staarten aan elkaar, steekt toortsen in de knoop van de staarten en laat de vossen los op de korenvelden, wijngaarden en olijftuinen van de Filistijnen (Rechters 15,4-5).
Welk concept ertoe heeft bijgedragen dat deze twee daden van Simson in dit deel van het borduurwerk een plaats hebben gekregen, is mij niet duidelijk.
De strijd tegen het kwaad misschien?
Het blijft dus vooralsnog mijn hypothese.

SIMSON

De zijranden

Links van boven naar beneden
Afb 09: juni:IUNIUS
Afb 10: mei: MAIUS
Afb 11: april: APRILIS
Afb 12: maart: MARCIUS
Afb 13: zondag: DIES SOLIS
een stukje februari: FEBRUARIUS
met vermoedelijk daaronder nog januari

Bij de maanden juni en mei staat naast de maan het woord SOL (zon).
Er was geen plaats meer om deze (helemaal) af te beelden, daarom maar geschreven?
Bij de maand maart staat CICONIA (ooievaar).
Zou de maker gedacht hebben dat zijn uitbeelding van deze vogel niet zo geslaagd is?
Bij het blazende hoofdje in februari en maart staat FRIGUS (koude).

Rechts (zeer beschadigd) moeten juli, augustus, september, oktober, maandag (?): DIES met vermoedelijk daaronder nog november en december.
In drie maanden staat weer SOL geschreven.


De onderrand

De zwaar gehavende onderste rand is wat nog resteert van de bovenkant van het middenstuk dat de legende van de vinding van het heilig kruis door Sint Helena uitbeeldt.
Nog te lezen zijn de namen SANCTA HELENA, IUDAS en HIERUSALEM.


Bron

Marc Sureda i Jubany - Girona Cathedral
Ediciones Aldeasa 2005


2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen