Paul Verheijen

ROGIER VAN DER WEYDEN

Dikke tranen

Bestemming

Deze wereldberoemde en trendsettende Kruisafneming werd waarschijnlijk gemaakt in opdracht van het Grote Gilde van de Voetboog, voor het hoogaltaar van de kapel van Onze-Lieve-Vrouw-van-Ginderbuiten in Leuven, de kapel van het gilde.
Het paneel is samengesteld uit elf planken van Baltische eik en het is in uitzonderlijk goede staat bewaard gebleven.
De twee kleine kruisbogen die aan het maaswerk in de hoeken van het paneel hangen, geven aan dat het in opdracht van dat gilde is gemaakt.
Deze vorm van de Kruisafneming werd in Brabant gewoonlijk gebruikt voor de middenstukken van grote altaarstukken met zijvleugels.
Het vierkante uitsteeksel aan de bovenkant heeft mogelijk zijn eigen kleine vleugels gehad.
Het paneel werd beschermd door rechthoekige zijluiken, mogelijk zonder beeltenis, maar deze zijn verloren geraakt.

Tien personages

Uitgebeeld is de scène waarin het dode lichaam van Christus van het kruis wordt gehaald.
Van der Weyden beeldt maar liefst tien personen uit.
Zoals het hoort bij een evangelie-harmonisatie schilderde hij alle in de vier evangelies genoemde personen die in aanmerking kunnen komen en nam hij de vrijheid er een paar aan toe te voegen.
Van links naar rechts zien we:

- 1. Maria (Salomé of Kleofas?) die met haar hoofdsluier haar ogen dept.

- 2. Johannes die de ineengezakte moeder van Jezus opvangt.

- 3. Maria, de moeder van Jezus, die gekleed in blauw gewaad, bezwijmt en overmand wordt door verdriet.

- 4. Maria (Kleofas of Salomé?) die moeder van Christus bij haar bovenarmen ondersteunt.

- 5. Christus wiens levenloze lichaam in een lijkwade is gedrapeerd.

- 6. Nikodemus die samen met Josef van Arimatea het lichaam van Christus ondersteunt.

- 7. Eerste door Van der Weyden toegevoegde anonieme man die van de ladder afdaalt met de spijkers in zijn rechterhand.

- 8. Josef van Arimatea die in een dure mantel van goudlaken is gekleed en Nikodemus helpt het lichaam van Christus vast te houden.

- 9. Tweede door Van der Weyden toegevoegde anonieme man die een balsempot vasthoudt kan het attribuut van Maria Magdalena zijn en kan een deel van de zalf van nardus bevatten, zeer duur, waarmee ze de volgens de traditie voeten van Jezus zalfde.

- 10. Maria Magdalena die handenwringend ten prooi is aan wanhoop.

In detail

Ondanks het feit dat een dergelijke handeling in werkelijkheid een vrij bloederige bedoening moet zijn geweest, staan alle personages er in smetteloze kleren bij.
Van de toegevoegde anonieme man op de ladder in zijn mooie damasten tuniek en satijnen broek tot de gewaden van Nikodemus, Josef van Arimatea en de vrouwen.
Ook het lichaam van Jezus met de doornenkroon is, op de verwondingen van de kruisiging na, smetteloos.
Sporen van de geseling die hij te verduren kreeg zijn niet te merken en op de lijkwade is evenmin een spatje bloed te zien.
Zelfs de lendendoek - die onderdeel lijkt te zijn van de lijkwade - waaronder het bloed over Christus' been loopt, blijft vlekkeloos.

Christus heeft geen baard, maar zware stoppels.
Zijn rechteroog is enigszins open om een ​​klein wit gebied te onthullen van een opgerolde oogbol.
Uit de wond in zijn zij vloeit bloed en water (Johannes 19,34).
De lendendoek is vrijwel identiek aan de sluier van zijn moeder en is zo transparant dat het bloed dat eronder stroomt, gemakkelijk zichtbaar is.

In het maaswerk in de hoeken van de retabelkist zijn bovenaan de lelies uit het Doornikse wapen verwerkt en in de bovenhoeken zijn kruisboogjes opgehangen in het maaswerk, kleine details die informatie verschaffen over de herkomst en de bestemming van het werk uit de hand van de meester zelf.

De schedel en het been op de voorgrond bevestigen dat het tafereel zich afspeelt op Golgota (Schedelplaats).
Dit was een klassiek symbool bij het schilderen van kruisigingen.
Een buitenbijbelse traditie meent dat Adam hier begraven zou zijn.
De schedel op de voorgrond is dus misschien die van Adam.
De zondeval van Adam is door de kruisdood van Christus teniet gedaan.

Compositie

De iets te groot afgebeelde figuren zitten als het ware gevat in een bak met in het midden een verhoging om het kruis af te beelden.
Dergelijke retabelkasten met gebeeldhouwde taferelen kwamen vrij veel voor in het Brabant in die periode.
De schilderstijl van de figuren verwijst naar gepolychromeerde beelden en er wordt dan ook gezegd dat het Van der Weydens bedoeling was om een gepolychromeerd retabel voor te stellen.
Maar hij gaat veel verder dan dat, de retabelkast is hoogstens een schouderbreedte diep, Maria Magdalena duwt haar achterwerk bijvoorbeeld tegen de kast aan.
Hij suggereert vijf dieptelagen:
- Maria die in zwijm valt
- Het lichaam van Christus
- Josef van Arimatea
- Het kruis
- De helper

Van der Weyden doet meer dan het omzetten van een reliëfvoorstelling naar een tweedimensionaal schilderij.
Hij beeldt emoties uit die bij het verhaal horen en intensiveert hij die emoties door de lijnen, hoeken, vormen en kleuren van zijn compositie.
Zijn schilderij is hierdoor geen statisch gebeuren, maar een dynamisch tableau vivant met mensen van vlees en bloed.
Het 'rijm' in de armbeweging van de twee op de voorgrond geplaatste figuren Maria en haar zoon en de naar linksonder vallende compositielijn geven het thema van de kruisafneming nog meer dramatiek mee.
Ook de andere figuren zijn betrokken in het beeldrijm, terwijl Johannes en Maria Magdalena in hun gespiegelde houding de groep als het ware omsluiten.
De compositie lijkt dus perfect gebalanceerd en evenwichtig en toch is ze niet symmetrisch: er staan langs de rechterkant van het werk vijf personen afgebeeld, tegenover drie op de linkerkant en wat de hoofden betreft staan er zes rechts en slechts vier links van het kruis.
Door dergelijke tegenstellingen in de compositie wordt de aandacht van de toeschouwer vastgehouden.
De in elkaar zakkende Moeder Gods is afgebeeld in dezelfde houding als het dode lichaam van haar zoon.
Hiermee toont Van der Weyden de compassio, het 'medelijden' met haar zoon.
Haar ogen zijn half open, maar haar oogbollen zijn teruggedraaid, haar tranen stromen over haar gezicht.
De man op de ladder, de man met de balsempot en Nikodemus zijn overigens de enige personages die niet huilen, maar hun gezichtsuitdrukkingen geven wel aan dat ze diep geraakt zijn.

Van der Weyden schilderde het lichaam van Jezus en van Maria in de vorm van een kruisboog.
Dit zou een verwijzing kunnen zijn naar de opdrachtgevers van het werk.
Een andere mogelijkheid is dat er wordt gerefereerd aan een populaire metafoor in de middeleeuwse theologie die de figuur van Christus op het kruis vergelijkt met een opgespannen kruisboog, bij Van der Weyden werd het een ontspannen boog.
Anatomische nauwkeurigheid wordt soms ook opgeofferd om elegante vormen te maken.
Hij heeft het linkerbeen van de Maagd enorm verlengd, zodat haar linkervoet en mantel de basis van het kruis verbergen.
Rogier van der Weyden (circa 1399/1400-1464)
Kruisafneming (circa 1432-35)
Olieverf op paneel, 220 x 262 cm
Madrid - Prado