Paul Verheijen

ROGIER VAN DER WEYDEN

Kruisafneming

Bestemming

Deze wereldberoemde en trendsettende Kruisafneming werd gemaakt in opdracht van het Grote Gilde van de Voetboog, voor het hoogaltaar van hun kapel van Onze-Lieve-Vrouw-van-Ginderbuiten in Leuven.
Deze kapel van het gilde ging in 1798 tegen de vlakte.
De twee kleine kruisbogen die aan het maaswerk in de hoeken van het paneel hangen, geven aan dat het in opdracht van dat gilde is gemaakt.
Deze vorm van de Kruisafneming werd in Brabant gewoonlijk gebruikt voor de middenstukken van grote altaarstukken met zijvleugels.
Het vierkante uitsteeksel aan de bovenkant heeft mogelijk zijn eigen kleine vleugels gehad.
Het paneel werd beschermd door rechthoekige zijluiken, mogelijk zonder beeltenis, maar deze zijn verloren geraakt.
Samengesteld uit elf planken van Baltische eik is het in uitzonderlijk goede staat bewaard gebleven.
Dat mag een wonder heten gezien de schipbreuk die Karel van Mander in zijn Schilderboek schrijft:
Een kruisafneming van Rogier heeft gehangen in Leuven in een kerk die Onze-Lieve-Vrouwe-daarbuiten heette. Er stonden twee personen op ladders op, die het lichaam van Christus op een linnen doek lieten zakken. Eronder stonden Jozef van Arimatea en een ander om het aan te nemen. Beneden zaten de diep bewogen Maria's te huilen, terwijl Maria in onmacht door de achter haar staande Johannes werd ondersteund. Dit indrukwekkende stuk van meester Rogier werd naar de koning in Spanje gestuurd. Het zonk onderweg met het schip in zee, maar werd opgevist, omdat het zeer goed en dicht was verpakt, raakte het niet beschadigd, behalve dat het vernis een beetje te lijden had. De Leuvenaars bezaten in plaats van het origineel een kopie ervan van Michiel Coxie. Hieruit valt af te leiden wat een voortreffelijk werk het was.

Tien personages

Uitgebeeld is de scène waarin het dode lichaam van Christus van het kruis wordt gehaald.
Van der Weyden beeldt maar liefst tien personen uit.
Zoals het hoort bij een evangelie-harmonisatie schilderde hij alle in de vier evangelies genoemde personen die in aanmerking kunnen komen en nam hij de vrijheid er een paar aan toe te voegen.
Van links naar rechts zien we:

- 1. Een van de drie Maria's die met haar hoofdsluier haar ogen dept.

- 2. Johannes die de ineengezakte moeder van Jezus opvangt.

- 3. Maria, de moeder van Jezus, die gekleed in blauw gewaad, bezwijmt en overmand wordt door verdriet.

- 4. Een van de drie Maria's die de moeder van Christus bij haar bovenarmen ondersteunt.

- 5. Christus wiens levenloze lichaam in een lijkwade is gedrapeerd.

- 6. Nikodemus die samen met Josef van Arimatea het lichaam van Christus ondersteunt.

- 7. Eerste anonieme man door Van der Weyden toegevoegd.
Hij daalt van de ladder af met de spijkers in zijn rechterhand.
Van Mander schreef dat er 'twee personen op ladders' te zien waren op het schilderij.

- 8. Josef van Arimatea die in een dure mantel van goudlaken is gekleed en Nikodemus helpt het lichaam van Christus vast te houden.

- 9. Tweede anonieme man door Van der Weyden toegevoegd.
Hij houdt een balsempot vast, traditioneel het attribuut van Maria Magdalena.
De pot kan (een deel van) de zalf van nardus bevatten, zeer duur, waarmee ze de volgens de traditie voeten van Jezus zalfde.

- 10. Maria Magdalena die handenwringend ten prooi is aan wanhoop.

In detail

Ondanks het feit dat een dergelijke handeling in werkelijkheid een vrij bloederige bedoening moet zijn geweest, staan alle personages er in smetteloze kleren bij.
Van de toegevoegde anonieme man op de ladder in zijn mooie damasten tuniek en satijnen broek tot de gewaden van Nikodemus, Josef van Arimatea en de vrouwen.
Ook het lichaam van Jezus met de doornenkroon is, op de verwondingen van de kruisiging na, smetteloos.
Sporen van de geseling die hij te verduren kreeg zijn niet te merken en op de lijkwade is evenmin een spatje bloed te zien.
Zelfs de lendendoek - die onderdeel lijkt te zijn van de lijkwade - waaronder het bloed over Christus' been loopt, blijft vlekkeloos.

Christus heeft geen baard, maar zware stoppels.
Zijn rechteroog is enigszins open om een ​​klein wit gebied te onthullen van een opgerolde oogbol.
Uit de wond in zijn zij vloeit bloed en water (Johannes 19,34).
De lendendoek is vrijwel identiek aan de sluier van zijn moeder en is zo transparant dat het bloed dat eronder stroomt, gemakkelijk zichtbaar is.

In het maaswerk in de hoeken van de retabelkist zijn bovenaan de lelies uit het Doornikse wapen verwerkt en in de bovenhoeken zijn kruisboogjes opgehangen in het maaswerk, kleine details die informatie verschaffen over de herkomst en de bestemming van het werk uit de hand van de meester zelf.

De schedel en het been op de voorgrond bevestigen dat het tafereel zich afspeelt op Golgota (Schedelplaats).
Dit was een klassiek symbool bij het schilderen van kruisigingen.
Een buitenbijbelse traditie meent dat Adam hier begraven zou zijn.
De schedel op de voorgrond is dus misschien die van Adam.
De zondeval van Adam is door de kruisdood van Christus teniet gedaan.

Compositie

De iets te groot afgebeelde figuren zitten als het ware gevat in een bak met in het midden een verhoging om het kruis af te beelden.
Dergelijke retabelkasten met gebeeldhouwde taferelen kwamen vrij veel voor in het Brabant in die periode.
De schilderstijl van de figuren verwijst naar gepolychromeerde beelden en er wordt dan ook gezegd dat het Van der Weydens bedoeling was om een gepolychromeerd retabel voor te stellen.
Maar hij gaat veel verder dan dat, de retabelkast is hoogstens een schouderbreedte diep, Maria Magdalena duwt haar achterwerk bijvoorbeeld tegen de kast aan.
Hij suggereert vijf dieptelagen:
- Maria die in zwijm valt
- Het lichaam van Christus
- Josef van Arimatea
- Het kruis
- De helper

Van der Weyden doet meer dan het omzetten van een reliëfvoorstelling naar een tweedimensionaal schilderij.
Hij beeldt emoties uit die bij het verhaal horen en intensiveert hij die emoties door de lijnen, hoeken, vormen en kleuren van zijn compositie.
Zijn schilderij is hierdoor geen statisch gebeuren, maar een dynamisch tableau vivant met mensen van vlees en bloed.
Het 'rijm' in de armbeweging van de twee op de voorgrond geplaatste figuren Maria en haar zoon en de naar linksonder vallende compositielijn geven het thema van de kruisafneming nog meer dramatiek mee.
Ook de andere figuren zijn betrokken in het beeldrijm, terwijl Johannes en Maria Magdalena in hun gespiegelde houding de groep als het ware omsluiten.
De compositie lijkt dus perfect gebalanceerd en evenwichtig en toch is ze niet symmetrisch: er staan langs de rechterkant van het werk vijf personen afgebeeld, tegenover drie op de linkerkant en wat de hoofden betreft staan er zes rechts en slechts vier links van het kruis.
Door dergelijke tegenstellingen in de compositie wordt de aandacht van de toeschouwer vastgehouden.
De in elkaar zakkende Moeder Gods is afgebeeld in dezelfde houding als het dode lichaam van haar zoon.
Hiermee toont Van der Weyden de compassio, het 'medelijden' met haar zoon.
Haar ogen zijn half open, maar haar oogbollen zijn teruggedraaid, haar tranen stromen over haar gezicht.
De man op de ladder, de man met de balsempot en Nikodemus zijn overigens de enige personages die niet huilen, maar hun gezichtsuitdrukkingen geven wel aan dat ze diep geraakt zijn.

Van der Weyden schilderde het lichaam van Jezus en van Maria in de vorm van een kruisboog.
Dit zou een verwijzing kunnen zijn naar de opdrachtgevers van het werk.
Een andere mogelijkheid is dat er wordt gerefereerd aan een populaire metafoor in de middeleeuwse theologie die de figuur van Christus op het kruis vergelijkt met een opgespannen kruisboog, bij Van der Weyden werd het een ontspannen boog.
Anatomische nauwkeurigheid wordt soms ook opgeofferd om elegante vormen te maken.
Hij heeft het linkerbeen van de Maagd enorm verlengd, zodat haar linkervoet en mantel de basis van het kruis verbergen.

Kopieën

In totaal zijn er van de Kruisafneming maar liefst rond de 50 kopieën bekend.
Van Mander rept in zijn Schilderboek over een kopie van Michiel Coxie.
Michiel Coxie (1499-1592) werkte geregeld voor Karel V en zijn familie en ontving van diens zoon Filips II de titel peintre de la cour.
In 1548 had Filips II van Spanje zijn zinnen gezet op de hier besproken Kruisafneming en eiste het op voor een van zijn kapellen in het Escorial bij Madrid.
De gilde der kruisboogschutters in Leuven protesteerde echter fel.
De tante van Filips II, Maria van Hongarije, gouverneur-generaal der Nederlanden, kwam naar Leuven om te onderhandelen met het stadsbestuur.
In 1555 gaf het stadsbestuur toe en Maria van Hongarije droeg Michiel Coxie op een kopie te maken van het schilderij*.
Zij kocht het origineel voor 500 florijnen en het schilderij verhuisde, goed ingepakt, via haar kasteel van Binche naar Bergen en naar de haven van Antwerpen om vandaar naar Spanje te varen, waarbij het schip volgens Van Mander dus zonk.
Enkele jaren later bestelde Filips bij Coxie ook nog een kopie van de Kruisafneming voor het altaar van de kapel van zijn jachtslot El Pardo bij Madrid.
Deze kopie bevindt zich nu in het Escorial; het origineel in het Pradomuseum.

De zogenaamde Edelheeretriptiek, de oudste bekende kopie van de Kruisafneming, bevindt zich in de Sint-Pieterskerk in Leuven.
Dit werk werd in 1443 door de Leuvense Willem Edelheere besteld bij een kunstenaar uit de omgeving van Rogier van der Weyden.
Het heeft de vorm van een triptiek (zie afbeelding) en werd als een soort memorietafel geplaatst op het familiealtaar in de Sint-Pieterskerk.
Op het linker zijluik, knielen Willem Edelheere (die overleden was in 1439) en zijn zonen, Willem en Jacob met achter hen Jacobus de Meerdere.
Op het rechter zijluik zien we in spiegelbeeld zijn echtgenote Aleydis Cappuyns en hun dochters Aleydis en Catharina met erachter keizerin Adelheid (=Aleydis) van Seltz, een heilige uit het einde van de 10e eeuw die vanwege haar niet-aflatende naastenliefde als voorbeeld van een gehuwde heilige werd vereerd (liturgische feestdag 16 december).
Bovenin zijn op elk zijluik de wapenschilden van de echtelieden afgebeeld.
Het drieluik werd niet altijd op prijs gesteld, want in de loop van de 18e eeuw werd het naar de kleedkamer van de kanunniken verplaatst, waar het dienst deed als kapstok en weer later werd het op een vlooienmarkt te koop aangeboden.

Van de Spaanse koning kreeg Coxie meer opdrachten om gedetailleerde kopieën te vervaardigen naar beroemde oude schilderijen van de Vlaamse Primitieven die de vorst wenste te bezitten.
Zo kopieerde Coxie het Lam Gods van Van Eyck (onderdelen van deze kopie zijn nu verspreid over musea van Brussel, München en Berlijn).
* Waar deze kopie na de afbraak van de kapel in 1798 zich nu bevindt is mij niet bekend.
Rogier van der Weyden (circa 1399/1400-1464)
Kruisafneming (circa 1432-35)
Olieverf op paneel, 220 x 262 cm
Madrid - Prado