Paul Verheijen

NICOLAS FROMENT

Brandende braambos


Ikoon

Rusland - 19e eeuw
Eitempera op paneel, 33 x 27 cm
Heeswijk - Abdij van Berne

Vanaf de middeleeuwen bestond er een populaire ikoon uit de oosters-orthodoxe traditie met de titel De bovenal heilige Moeder Gods van het niet-verbrandend braambos.
Deze ikoon werd in de loop der eeuwen steeds meer de beschermster tegen vuur, brand, onweer en bliksem.
Er werd zelfs een liturgische gedenkdag voor gereserveerd op 4 september.
De gecompliceerde iconografie is gebaseerd op de Akathistoshymne van kerkvader Ephraïm de Syriër (306-373; feestdag 18 juni).
Het Griekse woord Akathistos betekent letterlijk: 'niet zitten' en de hymne wordt dan ook traditioneel staande gezongen op de vijfde zaterdag in de vasten.
Ze bestaat uit 24 strofen die achtereenvolgens beginnen met de 24 letters van het Griekse alfabet: van Alpha tot Omega wordt de Moeder Gods verheerlijkt.
In de hymne zijn bovendien 144 titels voor Maria verwerkt.

De zin Zoals het braambos brandde, maar niet verbrandde, zijt gij maagd gebleven, O, Heilige Moeder Gods is het hoofdthema van de afbeeldingen op de icoon.
Het brandende braambos dat niet verbrandt is afkomstig uit het bijbelboek Exodus.
Mozes was gewoon de schapen en geiten van zijn schoonvader Jetro, de Midjanitische priester, te weiden. Eens dreef hij de kudde ver de woestijn in, en zo kwam hij bij de Horeb, de berg van God. Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd. Hoe kan het dat die struik niet verbrandt? dacht hij. Ik ga dat wonderlijke verschijnsel eens van dichtbij bekijken. Maar toen de HEER zag dat Mozes dat ging doen, riep Hij hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ja, ik luister,’ antwoordde Mozes. ‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig. Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken.
(Exodus 3,1-6)
In de hoeken zijn vier visioenen uit het Eerste Testament weergegeven, die door christelijke kerkvaders betrokken werden op de maagdelijkheid van de Moeder Gods.
  • Linksboven is het Mozes, die opkijkt naar de brandende braambos, waarin een afbeelding van de Moeder Gods te zien is (Exodus 3,1-6).
  • Rechtsboven wordt de tong van Jesaja door een engel gereinigd met een vurig kooltje (Jesaja 6,6-7).
  • Linksonder ziet Ezechiël Christus door een gesloten poort stappen, voorafbeelding van de menswording van Christus via zijn maagdelijke Moeder (Ezechiël 43,4 en 44,1-6).
  • Rechtsonder droomt Jakob van een ladder, die tot in de hemel reikt en waarlangs engelen opklimmen (Genesis 28,10-12).
    In de Akathistoshymne komt ook de strofe voor: ‘Gegroet hemelse ladder, waarlangs God is afgedaald, brug, welke van de aarde ten hemel leidt’.
De Moeder Gods in het midden op de icoon bevindt zich in een roos met acht (getal van volmaaktheid) blaadjes, waarin telkens een engel staat, horend bij even zoveel aanroepingen in de hymne.
Van rechtsboven (onder Jesaja) met de klok mee:
  • Engel met bodestaf (=Gabriël): ‘Gegroet uit wie de vreugde zal verschijnen’.
  • Engel met zwaard (=(Michaël) ‘Gegroet door wie de vijanden worden geveld’.
  • Engel met de eeuwig ronde vorm (met kaars): ‘Gegroet die maagdelijkheid aan moederschap paart’.
  • Engel met lantaarn: ‘Gegroet die het Licht op onuitsprekelijke wijze baart’.
  • Engel met vuurbaken: ‘Gegroet, baken van genade, nimmer gedoofd’.
  • Engel met vuur: ‘Gegroet, vuurzuil en gids voor al wie door het duister schrijden’.
  • Engel met drinkbeker en brooddoosje: ‘Gegroet goddelijke gaven stromen door U de wereld in’.
  • Engel met schatkistje: ‘Gegroet schatkist van Gods wijsheid’.
Tussen de engelen en Maria zien we de Vier evangelisten met hun symbolen en onderin zien we de slapende Jesse die uit zijn zijde een boom ziet ontspruiten.

Triptiek

Nicolas Froment maakte het hier afgebeelde drieluik in opdracht van koning René I van Anjou (1409-1480) voor diens grafkapel in de kerk van het karmelietenklooster in Aix-en-Provence.
In gesloten toestand is een Annunciatie te zien in grisaille met de engel Gabriël en Maria als trompe-l'oeil beelden.
Hun dialoog Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met u. Ik ben de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord. is geschreven op twee briefjes geschilderd in het midden van het altaarstuk.
De engel Gabriël houdt een olijftak vast met twaalf olijven, een getal dat ook verder op het drieluik een rol speelt.

Op het middenpaneel van het drieluik wijkt Nicolas Froment af van de traditionele ikoon, want hij heeft de scène van het brandende braambos prominent op de voorgrond gezet.
Mozes houdt - terwijl hij zich ontdoet van zijn tweede schoeisel - zijn hand voor zijn gezicht.
Links van zijn kudde schapen met de herdershond staat de engel van JHWH.
Maria zit groots boven hem op de struik met het Kind op schoot.
De struik is gegrondvest op twaalf stammen en alleen de randen van de struik vatten vlam.
Het Kind kijkt naar de medaillon Christus Immanuel die hij in zijn linkerhandje vasthoudt.
Deze medaillon verwijst naar Jesaja:
Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuel noemen.
(Jesaja 7,14)
Deskundigen menen dat de stad op de achtergrond Avignon moet voorstellen.

Het opschrift boven op de lijst van het middenpaneel luidt:
QVI ME INVENERIT INVENIET VITAM ET HAVRIET SALUTEM A DOMINO
(Wie mij vindt, vindt het leven en ontvangt de gunst van de Heer)
Dit vers, afkomstig uit de Latijnse Vulgaat-vertaling van Spreuken 8,35, is een toespeling op gelovigen die gered zijn.
Om de symboliek van het getal 12 vast te houden zijn op de zijkanten van de lijst twaalf koningen van Juda (het waren er feitelijk twintig) geschilderd.
Op de onderzijde is een verklaring te lezen van de brandende struik:
'In de struik die Mozes zag branden zonder te verbranden, herkenden we, de heilige Moeder van God, uw prachtig bewaard gebleven maagdelijkheid.'

Op het linkerluik knielt koning René I van Anjou voor een gesloten gebedenboek, gekleed als Augustijner kanunnik van Sint-Victor.
Achter hem staan van links naar rechts de heiligen Maria Magdalena met zalfpot, Antonius Abt met T-staf en Mauritius van Agaunum met een ordevaandel.
Op 11 augustus 1448 had koning René een tweede Orde van de Wassende Maan gesticht.
Totaal verschillend van de eerste versie die in 1268 was opgericht door Karel van Anjou, was deze tweede orde ter ere van de heilige Mauritius voornamelijk bedoeld als een soortgelijke instelling als de Orde van het Gulden Vlies van Filips de Goede.
Nog tijdens het leven van René I werd zijn orde al rond 1460 opgeheven door paus Paulus II.
Op het rechterluik knielt koningin Jeanne de Laval voor een open gebedenboek.
Zij wordt omringd door Johannes de evangelist met gifbeker, Catharina van Alexandrië met martelaarspalm en zwaard en Nicolaas met de drie door hem weer tot leven gewekte studenten.
Nicolas Froment (±1435-±1486)
Le buisson Ardent (1475-76)
Tempera op doek overgebracht op panelen (marouflé), 410 x 305 cm
Aix-en-Provence - Kathedraal Saint-Sauveur (Lazaruskapel)
2016 Paul Verheijen / Nijmegen