Paul Verheijen

KERSTTIJD


De geboorteverhalen bij Matteüs en Lucas

Volgens Matteüs werd Christus geboren in Betlehem, een gehucht in de provincie Juda in Palestina.
Vlak na zijn geboorte kwamen wijzen na het zien van een ster de pasgeboren koning Christus hulde brengen.
Men neemt aan dat Matteüs astrologen bedoelt.
De toenmalige koning van de Joden Herodes de Grote, beducht voor concurrentie, laat alle jongetjes tot twee jaar uit Betlehem en omstreken vermoorden.
Christus is echter, op tijd gewaarschuwd, gevlucht naar Egypte.
Na de dood van Herodes de Grote keert hij terug en vestigt zich in Nazaret in Galilea.

Lucas' geboorteverhaal van Christus is uitgebreider.
Hij verklaart waarom Christus in Betlehem werd geboren (vanwege een volkstelling) en van Lucas is ook de bekende kribbe waar Christus na zijn geboorte werd ingelegd afkomstig.
In plaats van wijzen zijn het bij Lucas herders die Christus hulde brengen, nadat zij door engelen van de geboorte op de hoogte zijn gebracht.
Christus keert vervolgens met Maria en Jozef naar Nazaret terug, volgens Lucas hun oorspronkelijke woonplaats.

Zowel Matteüs als Lucas beschrijven de geboorte als iets wonderbaarlijks.
De moeder van Christus, Maria, was volgens hen niet zwanger van Jozef maar van de Heilige Geest.
Een bijzondere geboorte is een geliefd thema uit de wereldliteratuur om aan te geven dat degene die geboren wordt ook bijzonder zal zijn.

Kerkelijk jaar

Aangepast aan het jaar in de natuur wordt het kerkelijk jaar in tweeën ingedeeld.
Het ene is de winterse kersttijd, die uit de duisternis naar het licht streeft.
Daarin overheerst ook het lichtsymbool.
Het andere deel is de zomerse paastijd, waarin het leven over de dood zegeviert.
Beide delen beschouwt het christendom als op elkaar aangewezen:
het eerste is als het ware een voorspel van het tweede.
In de kersttijd viert en herdenkt men bijbelse verhalen die in verband staan met de komst van Christus.
Sommige verhalen worden ook op andere momenten in het kerkelijk jaar herdacht.

Advent



Vanaf de vierde zondag vóór 25 december
(1e zondag van de advent is op z'n vroegst 27 november, op z'n laatst 3 december)
Lucas 1,5-25: Aankondiging geboorte Johannes de Doper
Lucas 1,26-38: Aankondiging geboorte Jezus (Annunciatie)
Lucas 1,39-56: Bezoek Maria aan Elisabet (Visitatie en Magnificat)
Lucas 1,57-80: Geboorte en naamgeving Johannes de Doper en Benedictus

Onbevlekte Ontvangenis van Maria



8 december
Apokriefe Proto-evangelie van Jakobus 4,2.4

Eerste Kerstdag



25 december
Lucas 2,1 en 3-7


Paus Julius I (337-352) is volgens de traditie begonnen met het vieren van de geboorte van Christus op 25 december (eerdere data waren 18 nov, 28 md, 2 apr, 6 jan).
Het feest kreeg de naam Kerstmis, letterlijk: het heiligenfeest (mis) van Christus.
De keuze voor 25 december verraadt de afkomst.
Op die dag werd namelijk sinds de derde eeuw de Dies Natalis Solis Invicti (de geboortedag van de onoverwinnelijke zon) gevierd.
Dit feest was de voortzetting van een oud zonnewendefeest in de Middellandse-Zee-landen.
Op allerlei manieren, verschillend naar gelang de tempel en de cultus, werd dat feest in verband gebracht met de viering van de geboorte van godheden zoals Dionysius, Horus en Mithras.
Deze goden werden verbonden met de jaarlijks verschillende hoogtestanden van de zon, die met de winterzonnewende, dank zij het geleidelijk langer worden van de dagen, naar de aarde terugkeerde.
Omdat de evangelist Johannes Christus het licht der wereld noemt, leek het de Kerk passend om van het zonnewendefeest het feest van de geboorte van Christus te maken.

Tweede Kerstdag



26 december
Lucas 2,8-14


Het feit dat Christus in een voerbak of kribbe werd gelegd maakte in de Middeleeuwen dat men met Kerstmis een kerststal of kerstgrot (als plaats waar voederbakken gewoonlijk te vinden zijn) ging maken.
Volgens de traditie stamt dit gebruik van Franciscus van Assisi.
In 1223 beeldt hij in het bos van Greccio het geboorteverhaal van Christus uit door de plastische figuren in een stal te plaatsen.
Het zou het begin worden van een van de langste tradities van het Christendom: het kerststalletje.
Onafscheidelijk met de kribbe verbonden werden de os en de ezel.
Ze zijn afkomstig van de oud-testamentische profeet Jesaja die schreef:
Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester; maar Israel weet van niets, mijn volk heeft geen begrip.
(Jesaja 1,3)

Derde Kerstdag



27 december
Lucas 2, 15-20


Enkele gebruiken met Kerstmis laten nog het zonnewendefeest doorschemeren.
Het uitwisselen van geschenken bijvoorbeeld is afkomstig van de Romeinse gewoonte elkaar gewijde takken te geven als teken van voorspoed en overvloed.
Andere kerstelementen zijn in de loop der traditie ontstaan en een eigen leven gaan leiden.
Zo dateert de kerstboom van het eind van de 16e eeuw.
Sommige onderzoekers veronderstellen dat de kerstboom verband houdt met de boom van Adam en Eva in het paradijs, andere houden het op het gebruik bomen te vereren.

Onnozele kinderen



28 december
Matteüs 2,16-18

Heilige Familie



30 december
Matteüs 2,13-15: Vlucht naar Egypte

Besnijdenis van de Heer



Nieuwjaar - 1 januari
Lucas 2,21

Naamgeving van de Heer



Zondag na nieuwjaar
Matteüs 1,18-25: Immanuel-profetie
Matteüs 2,1-6: Bezoek Wijzen aan Herodes

Epifanie



Driekoningen - 6 januari
(= 12 gewijde nachten 'Weinachten' ná Kerstmis)
Matteüs 2,7-12


Uit de 6e eeuw stamt de traditie van de Driekoningen, een verdere inkleuring van de Wijzen uit het Oosten van Matteüs.
De wijzen werden gereduceerd tot drie, waarschijnlijk onder invloed van de drie geschenken die ze volgens Matteüs meebrachten: goud, wierook en mirre. Bovendien werden de Wijzen tot Koningen en kregen ze namen: Kaspar, Balthasar en Melchior, die elk een werelddeel vertegenwoordigden.
Dat is ook de reden waarom een van hen als zwarte koning wordt voorgesteld.
Tot slot werden de drie gekoppeld aan skeletten.
Zodoende kan men hedentendage bij een kostbare reliekschrijn in Dom te Keulen de beenderen vereren van de Heilige Driekoningen.

Over de vraag wat Matteüs voor ogen gehad zou kunnen hebben bij zijn beschrijving van de ster van Betlehem bestaan verschillende verklaringen.
Het kan bijvoorbeeld een nova of een supernova zijn geweest: een plotseling opvlammende ster die zich als een helder object manifesteert aan de sterrenhemel.
Dergelijke nova's zijn in het verleden wel meer waargenomen.
Als meest waarschijnlijke verklaring wordt echter de samenstand van drie heldere planeten genoemd.
In het jaar 7 voor Christus vond er een Jupiter, Saturnus en Mars conjunctie plaats.
Verder zou nog te denken zijn aan de komeet van Halley, een komeet die om de 76 jaar verschijnt.
In 12 voor Christus is deze in China waargenomen.

Purificatio Mariae



Maria Lichtmis / Zuivering - 2 februari
(= 40 nachten ná Kerstmis)
(vergelijk met Groundhog Day in de VS)
Lucas 2,22-40

Heiligen in de kersttijd

In de kersttijd vallen ook de feestdagen van diverse heiligen.
Hieronder een selectie van heiligen die ook op deze website worden besproken:
30 november Andreas
3 december Franciscus Xaverius
4 december Barbara
6 december Nicolaas
7 december Ambrosius
13 december Lucia
26 december Stefanus
27 december Johannes, Evangelist en Apostel
17 januari Antonius Abt
20 januari Sebastianus
21 januari Agnes

2016-2019 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen