Paul Verheijen

DRIEKONINGEN

Koningen? Drie?

Matteüs meldt in het tweede hoofdstuk van zijn evangelie dat magiërs uit het oosten een ster hebben gezien van een pasgeboren koning van de joden.
In Jeruzalem doen ze navraag bij koning Herodes.
Ze vinden het kind Jezus in Betlehem en brengen het hulde met goud, wierook en mirre.
In een droom gewaarschuwd gaan ze niet via Herodes terug.
Die ontsteekt in woede en laat in Betlehem alle jongetjes van twee jaar en jonger om zeep brengen.

Ook het Tweede Testament kent zijn gruwelijke verhalen.
Merk op dat Matteüs niet spreekt over koningen of over een aantal van drie.
Hij is overigens de enige evangelist die dit verhaal heeft opgetekend.
Met zulke schaarse gegevens over deze mysterieuze huldebrengers nam de traditie uiteraard geen genoegen en zo onstond er uitgebreide legendevorming rond die wijzen uit het oosten.
Op grond van de geschenken werden het er drie, het werden koningen, ze werden gekoppeld aan werelddelen, huidskleuren, leeftijden en natuurlijk kregen ze namen.
In het Westen zijn ze bekend als Caspar, Melchior en Balthasar.
Wie precies wie is en bij wat hoort, weet niemand.
Matteüs schrijft er niets over.


KERSTTIJD