Paul Verheijen

JUDAS


Iskariot

De naam Judas is een veelvoorkomende naam in Israël, in het Hebreeuws luidt hij Yehuda of Juda, hetgeen ‘lofprijzing’ betekent en waarvan ook ‘jood’ is afgeleid.
Waarop slaat Iskariotês?
Er dienen zich verschillende woordafleidingen aan.
- De eerste is dat Iskariot komt van het Hebreeuwse Isch Qerijot, ‘man (van / uit) Chariot’. Er bestond een dorp met deze naam, in de provincie Judea.
- Een tweede betekenis kan zijn dat de bijnaam Iskariot is afgeleid van het Latijnse Sicarius, ‘dolkdrager’. Dolkdragers horen bij de groep van de zeloten die toentertijd aanslagen pleegden op de Romeinen. Zij kunnen getypeerd worden als een soort guerrillastrijders. Daar zou Judas (samen met zijn broer / vader Simon?) lid van geweest kunnen zijn en daarom door Johannes in verband gebracht worden met leerlingen die Jezus verlaten. Werd Jezus’ aanpak volgens de zeloten als te soft gezien, omdat hij niet in opstand kwam tegen de Romeinse overheersing en geen aards, maar een hemels koningschap nastreefde?
- Een derde mogelijke betekenis brengt Iskariot in verband met het Aramese Isqarja dat ‘valse’ betekent of het Hebreeuwse Saqar, ‘leugenaar’. De bijnaam is in dat geval overduidelijk een scheldnaam en gerelateerd aan Judas’ rol als overleveraar. Deze scheldnaam voegt zich naadloos binnen het negatieve imago dat Judas binnen het christendom heeft gekregen. Die beeldvorming is ook en misschien wel vooral het gevolg van de wijze waarop hij in Volgens Johannes wordt geportretteerd.
De als ‘verrader’ bekend staande Judas wordt door de evangelist Johannes namelijk in vier verschillende scènes geportretteerd 'de overleveraar’.
Van de vier evangelisten in het Tweede Testament is Johannes het meest negatief over Judas.

GIOTTO

Eerste scène (Johannes 6,66-71)

Op het moment dat velen van Jezus’ leerlingen hem de rug toekeren, vraagt Jezus aan ‘de twaalf’: Jullie willen soms ook weggaan? [...] Ikzelf heb jullie alle twaalf uitgekozen, en toch is een van jullie een duivel’.
Johannes verklaart deze woorden aldus: Hiermee doelde hij op Judas, de zoon van Simon Iskariot, want hij, een van de twaalf, zou hem uitleveren.
Judas wordt hier voor het eerst opgevoerd binnen de context van leerlingen die afvallig worden.
Merk op dat niet Jezus Judas met naam noemt, maar dat Johannes het zijn lezers uitlegt.
Judas van Simon Iskariot is de duivel die Jezus zal overleveren.
Van hem vertelt Johannes vanaf het eerste moment dat hij Judas noemt (en verderop nog vaker) dat hij Jezus zou overleveren.
In een hedendaagse dramaturgische spanningsopbouw kunnen we deze vroege spoiler en voortdurende herhaling gerust een blunder noemen, maar Judas’ negatieve rol is allang bekend en staat buiten kijf.
Net zoals Jezus vanaf het begin weet wie hem zal overleveren, weet de hedendaagse lezer dat ook.

DIRK BOUTS

Tweede scène (Johannes 12,1-8)

De tweede scène speelt zich af bij een maaltijd in Betanië, de maaltijd van de zalving.
Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die hem zou uitleveren is daar de niet te vertrouwen penningmeester van het gezelschap.
Hij maakt bezwaar tegen de verspillende zalving, niet omdat hij zich om de armen bekommerde, meldt Johannes, hij was een dief; hij beheerde de kas en stal eruit.

DA VINCI

Derde scène (Johannes 13,1-30)

De derde scène vindt plaats bij een volgende maaltijd, de maaltijd van de voetwassing.
Voordat Jezus daar de voeten van zijn leerlingen gaat wassen, schrijft Johannes in een tussenopmerking: de duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. Na de voetwassing verklaart Jezus dat alle leerlingen gezuiverd zijn op een na en vervolgt: Hij die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd. [...] een van jullie zal mij verraden [...] degene aan wie ik het stuk brood geef dat ik nu in de schaal doop.
Het ingedoopte stuk brood reikt hij vervolgens aan Judas, de zoon van Simon Iskariot.
Op dat moment nam de duivel bezit van Judas.
Jezus draagt Judas daarna op meteen te doen wat hij te doen heeft.
De andere leerlingen denken dat deze opdracht te maken heeft met feestinkopen die Judas moet doen of dat hij iets aan de armen moet geven, omdat hij nu eenmaal de kas beheert.
Johannes eindigt dan met de mededeling: Judas nam het stuk brood aan en ging meteen weg. Het was nacht.

DA VINCI

Vierde scène (Johannes 18,1-5)

Met de vierde scène tenslotte zitten we in het passieverhaal van Johannes en speelt Judas eindelijk de rol die hij van meet af aan toebedeeld heeft gekregen en dus ook moest spelen: de daadwerkelijke overleveraar van Jezus.

RAFAEL

Milder?

Zijn de synoptici Matteüs, Marcus en Lucas veel ‘milder’ over Judas?
Zij vertellen ook andere gebeurtenissen.
Judas onderhandelt met de joodse leiders, ontvangt het symbolische bedrag van dertig zilverlingen, kust Jezus wanneer hij hem daadwerkelijk overlevert aan hen (de spreekwoordelijke judaskus), krijgt daarover later wroeging, sterft een onnatuurlijke dood en wordt in verband gebracht met een stuk grond dat Bloedakker heet.
(Zie Matteüs 26,20 - 27,10; Marcus 14,17-52 ; Lucas 22,14-53; Handelingen 1,15-26)

REMBRANDT

PASOLINI (film)

GIBSON (film)


2016-2019 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen