Paul Verheijen

VLUCHT NAAR EGYPTE

Korte bijbelse notitie - Legendevorming - In de kunst - Terugkeer uit Egypte

Korte bijbelse notitie

Nadat de wijzen het Kind hun geschenken hebben gebracht en via een andere weg huiswaarts keren, meldt Matteüs in zijn evangelie:
Nadat zij op die manier de wijk genomen hadden, verscheen er aan Jozef in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Maak je gereed en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is naar het kind op zoek en wil het ombrengen.’ Jozef maakte zich gereed en week nog diezelfde nacht met het kind en zijn moeder uit naar Egypte, waar hij bleef tot de dood van Herodes. Zo moest in vervulling gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen.’
(Matteüs 2,13-15)

Legendevorming

In Egypte is een groot aantal kerken en schrijnen van de Koptisch-orthodoxe Kerk op plekken waar de Heilige Familie volgens de overlevering verbleef.
In de rooms-katholieke traditie is de vlucht naar Egypte een van de zeven smarten van Maria.
Het apocriefe geschrift Pseudo-Matteüs beschrijft de vlucht naar Egypte uitgebreid in hoofdstuk 18 tot en met 24, hieronder kort samengevat.
  • Hoofdstuk 18
    Met Jozef maakten drie jongens de reis en met Maria een meisje (in andere bronnen Salomé geheten).
    Toen zij bij een grot aangekomen waren om uit te rusten, kwamen daaruit plotseling veel draken tevoorschijn die de jongens vrees inboezemden, maar Jezus bleef voor de draken staan die - nadat ze hem aanbeden hadden - weer weggingen.
    Maria en Jozef bleven toch bang dat de draken Jezus zouden kwetsen, waarop Jezus zijn ouders geruststelde met de mededeling dat hij geen kindje is, maar een volmaakte man.
  • Hoofdstuk 19
    Leeuwen en luipaarden vergezelden hen in de woestijn tot grote vrees van Maria.
    Jezus nam die vrees weg: de wilde dieren bogen hun hoofd voor hen, aanbaden Jezus en wezen de weg.
    En ook de tamme dieren die zij uit Judea meevoerden als lastdieren werden door de wilde dieren met rust gelaten.
  • Hoofdstuk 20
    Op de derde dag werd Maria moe van de hitte van de zon en wilde ze in de schaduw van een palmboom uitrusten.
    Hoog in de boom zag ze vruchten hangen, maar ze kon er niet bij.
    Op bevel van Jezus boog de palmboom om met zijn vruchten zijn moeder te herstellen.
    Nadat alle dadels verzameld waren, gaf Jezus de boom opdracht zich weer op te richten en uit zijn wortels water te laten vloeien waaraan het gezin tekortkwam.
  • Hoofdstuk 21
    De volgende dag beloonde Jezus de palm doordat engelen één van de takken over mochten brengen naar het paradijs van zijn Vader.
    Degenen die dat zagen gebeuren vielen als dood neer, maar nadat Jezus had beweerd dat deze palmtak bereid zal zijn voor alle heiligen, richtten zij zich weer op.
  • Hoofdstuk 22
    Verder op reis werd men bevangen door de hitte en Jozef stelde voor een route door steden aan zee te nemen.
    Jezus wist deze route van dertig dagen te verkorten tot één dag.
    Aangekomen in Sotinen kenden ze daar niemand en traden daarom een tempel binnen genaamd het Capitool van Egypte.
    In deze tempel waren 365 godenbeelden opgesteld, voor elke dag één om aan te offeren.
  • Hoofdstuk 23
    Toen het gezin de tempel betrad wierpen alle godenbeelden zich ter aarde en bleven daar met en gebroken gezicht liggen, waardoor duidelijk werd dat zij niets waren.
  • Hoofdstuk 24
    Afrodisius, hertog van die stad, hoorde hiervan en kwam met een legermacht naar de tempel.
    De tempelpriesters vermoedden een wraakoefening, maar de hertog liep naar Maria toe en aanbad het kind dat zij aan haar boezem droeg, want hij wilde niet hetzelfde lot ondergaan als de farao van Egypte toen die met zijn leger verdronk in de Rode Zee.
    De hele stad ging vervolgens geloven in de Heer God, door Jezus Christus.
Andere legendes weten nog te melden:
  • Rozen ontsprongen tijdens een rustpauze in de vlakte van Jericho op de plek waar Maria haar voeten neerzette.
  • Toen het gezin een boer passeerde die koren zaaide, begon dat onmiddellijk op te groeien tot volle hoogte.
    Vlak daarop passeerden soldaten van Herodes en vroegen de boer wanneer hij Jozef, Maria en het Kind voor het laatst had gezien.
    Naar volle waarheid kon deze zeggen 'toen het koren werd gezaaid', waarop de soldaten huiswaarts keerden.
  • Ze ontmoetten de twee misdadigers Dismas en Gestas die later naast Jezus werden gekruisigd.
Het zijn allemaal voorstellingen die zich behalve voor vertellingen of toneelspel ook goed leenden om de christelijke iconografie te verrijken.

In de kunst

De vlucht naar Egypte is in veel kunstwerken afgebeeld, vaak met Maria zittend op de rug van een ezel die wordt geleid door Jozef.
Vóór ongeveer 1525 werd het verhaal niet apart afgebeeld, maar maakte het deel uit van een reeks over het leven van Jezus of van Maria, of Jozef.
Het thema was nauw verbonden met dat van de Heilige Familie.
De Vlaamse Primitieven begonnen vanaf de 15e eeuw de Heilige Familie af te beelden tijdens een rustpauze op weg naar Egypte, vergezeld door engelen of, in oudere afbeeldingen, door een jongen.
In latere schilderijen, vanaf de 16e eeuw, werden op de achtergrond vaak landschappen afgebeeld, wat kunstschilders de mogelijkheid gaf om te experimenteren met landschapschilderkunst.
Vaak werd de Heilige Familie klein afgebeeld en nam het landschap bijna het gehele schilderij in.
Een onderwerp dat populair was bij veel schilders van de renaissance was een ontmoeting tussen de kinderen Jezus en Johannes de Doper in Egypte.
Johannes de Doper zou volgens de overlevering zijn gered van de kindermoord van Bethlehem door de aartsengel Uriël en naar de Heilige Familie in Egypte zijn gebracht.
Jezus verleende toen aan Johannes de Doper het gezag hem te dopen wanneer zij volwassen waren.

Terugkeer uit Egypte

De terugkeer uit Egypte is een onderwerp dat in de kunst niet of nauwelijks aan bod komt, mogelijk omdat deze nauwelijks te onderscheiden is van de vlucht naar Egypte.
Nadat de kindermoord in Betlehem heeft plaatsgevonden en de kust dus veilig is schrijft Matteüs over deze terugkeer:
Nadat Herodes gestorven was, verscheen er in een droom aan Jozef in Egypte een engel van de Heer, die zei: ‘Maak je gereed en ga met het kind en zijn moeder naar het land Israël. Want zij die het kind om het leven wilden brengen, zijn gestorven.’ Jozef maakte zich gereed en ging met het kind en zijn moeder naar Israël. Maar hij durfde niet naar Judea te gaan toen hij hoorde dat Archelaüs daar zijn vader Herodes als koning was opgevolgd. Nadat hij in een droom een aanwijzing had gekregen week hij uit naar Galilea, waar hij ging wonen in de stad Nazaret. Zo moest in vervulling gaan wat gezegd is door de profeten: ‘Hij zal Nazoreeër genoemd worden.’
(Matteüs 2,19-23)
Het Roomse Martelaarsboek memoreert De terugvoering van het Kind Jezus uit Egypte op 7 januari.
2016 Paul Verheijen / Nijmegen